Pirates in the City

Charly Badibanga

City Pirates City

Deel 1: Verhaal van Charly Badibanga

Op stap met Charly, van gevangene in New York tot jongerencoach
op Linkeroever
Ik ontmoet Charly aan de Willem Elsschotbibliotheek op Linkeroever en vraag hem naar een vroege voetbalherinnering. Hij diept ze prompt op: ‘Scoren met een retro. Dat deed ik hier. Het mooiste doelpunt dat hier ooit op dit pleintje aan de Willem Elsschotbibliotheek werd gemaakt. Iedereen weet dit. Ze spreken er nog over en het is al bijna tien jaar geleden. Een retro, het winnende doelpunt: 3-2. Terwijl ik zelfs oorspronkelijk niet gekozen werd om te spelen.

Door Raf Willems

 

Ik was de Inzaghi van de Linkeroever
Charly groeide op in deze buurt. Hij werd geboren in Kinshasa maar zijn vader verhuisde in 1990 naar Antwerpen. Hij volgde twee jaar later. Charly kon voetballen. In zijn jeugd speelde hij bij SK Beveren. Op zijn dertiende kwam hij thuis met een dikke knie van een toernooi op Willem II in Tilburg. Zijn vader dacht: ‘Dat komt wel goed’. Hij deed er niets mee en wachtte. Helaas…het kwam niet goed. Tot vandaag heeft Charly last van zijn knie. Terwijl hij zich de Inzaghi van de Linkeroever
voelde, de Italiaanse spits die steeds op het nippertje scoorde terwijl niemand het nog verwachtte. Sinds zijn blessure heeft Charly nooit
meer gevoetbald. Spijt heeft hij er niet van want alles gebeurt met een reden:
‘Er gebeuren ergere dingen in het bestaan van een mens. Je kunt het leven tot op een bepaalde hoogte sturen maar dan neemt het lot het over en daar heb je geen vat op.

’Het lot stippelt mijn pad uit’


Het lot, Charly? ‘Het lot, dat is het pad dat voor jou is uitgestippeld en dat jij moet nemen. Dat is mijn levenswijsheid.’ Charly is een spirituele mens en verafschuwt hokjesdenken. Het door hem omschreven ‘lot’ spaarde hem niet: ’Op mijn dertiende was ik een beer van een jongen én een pestkop. Ik wist wel hoe ik iemand mijn boekentas onder zachte dwang kon laten dragen. En daar bleef het niet bij om het zachtjes uit te drukken. Ik werd de deur gewezen door het Sint-Jan-Berchmans-Instituut.’


2003 was een slecht jaar voor mij


2003 was dus een slecht jaar voor Charly: gedaan met voetballen en geweigerd door de school. Ook zijn vader zag niet meteen nog mogelijkheden en stuurde hem naar…de Verenigde Staten. Daar woonde zijn broer, de oom van Charly, en hij geloofde in een nieuwe start voor zijn zoon in een compleet andere omgeving. 

Ik nam een nieuwe start… in een Amerikaanse school waar jongeren wapens droegen


Charly stapte in Brussel op een vliegtuig en arriveerde pakweg twintig uur later in een stadje in…North Carolina. Zijn tocht naar een nieuw leven verliep niet zoals verhoopt: ‘Zodra ik mijn weg kon vinden en de taal kon spreken, was ik weer…weg. Ik volgde High School maar ik schrok me een aap. Jongeren van vijftien stappen er het klaslokaal binnen met … geweren. Dat was dus de Amerikaanse stijl: protect yourself.
Ik bleef me puberachtig gedragen en na een woordenwisseling stuurde mijn oom me even buiten om wat af te koelen. Ik interpreteerde dat letterlijk en bleef weg. Ik sliep in de buitenlucht. En dan leer je natuurlijk mensen kennen die je onderdak verlenen. Twee weken later zat ik in New York. Ik had 100 dollar verdiend door bomen te helpen zagen. En die gebruikte ik om mijn ticket te betalen voor de bus naar New York.’


Ik trok naar New York zonder een cent op zak


Charly belandde in Brooklyn… zonder een cent op zak: ‘De mensen die mij opvingen, zaten in het drugsmilieu en om te overleven ging ik dealen. Ze gaven mij onderdak en ik deed mee. Dat was een automatische reflex. Ik was immers alleen op de wereld. Ik deed wat ik wilde maar voelde geen paniek. Ik vond het wel cool als veertienjarige. Toen besefte ik niet dat ik die familierelaties nodig had. Deze boodschap geef ik mee aan de jongeren op Linkeroever: je kunt tien jaar drugs dealen maar het elfde zal je tegen de lamp lopen. Ik maakte het zelf mee: ik kreeg zes jaar en verbleef in verschillende gevangenissen in New-York tot mijn 21 ste verjaardag.’

In de gevangenis leerde ik wat respect is


Het gesprek stokt even want Charly observeert mijn reactie. Dan verrast hij me: ‘De gevangenis heeft me tot een heel sterke persoon gemaakt. Ik uit nooit mijn gevoelens. Ik kan tegen een stootje op dat gebied want ik zat letterlijk alleen in de gevangenis. Om mijn familie te beschermen wou ik niet dat ze me bezochten want ze onderzoeken je daar tot op het lichaam en dat wou ik niet. Ik schreef wel brieven vanuit de gevangenis naar mijn vrienden en familie in Antwerpen en zo behield ik het contact.’
In de cel ontdekte Charly een merkwaardig feit: ‘Mensen zijn er veel beleefder dan op straat. Uit zichzelf. Je woont met duizenden mensen samen die allen iets anders op hun kerfstok hebben. Je zit in dezelfde doos, je leert hoe je moet communiceren. Met iemand die levenslang heeft gekregen moet je je aanpassen in een gesprek want je weet dat hij geen toekomst bezit en jij wel. Dus sprak ik mensen die ouder waren uit respect met Sir aan. Ik observeerde hen, bestuderen is eigenlijk nog een beter woord, om te weten hoe je moest omgaan met andere mensen. Door te observeren doe je mensenkennis op.’


Lees morgen deel 2 over de story van Charly.

Deel 2: Verhaal van Charly Badibanga

Op stap met Charly, van gevangene in New York tot jongerencoach
op Linkeroever
Zeven jaar later stond Charly plots terug op de stoep in Linkeroever. Hij had zijn straf in de Amerikaanse gevangenis uitgezeten en ging opnieuw bij zijn vader wonen. Ze hadden altijd contact gehouden met elkaar. Charly wou één ding: zichzelf herpakken en zijn leven inrichten.

Door Raf Willems

Ik wilde zijn zoals andere jongens maar wist niet hoe dit aan te pakken


Maar dat was sneller gezegd dan gedaan: ‘Ik wilde zijn zoals andere jongens van 21 maar ik wist dit niet aan te pakken, bij gebrek aan voorbeelden. Ik ontmoette op de Meir een meisje en volgde haar naar Limburg.’ Charly zocht werk en ze kregen een kind. Zijn leven leek harmonieus maar toch ging het te snel voor hem: ‘Ik leerde vrachtwagenbanden monteren maar de sluiting van Ford betekende ook het einde voor het bedrijf. Daarom schreef ik me in voor een cursus
‘keukenmedewerker’. Maar de relatie met mijn vriendin verliep niet zoals verhoopt en we besloten in gemeenschappelijk overleg om er een punt achter te zetten.’
Vandaag is Charly de trotse vader van zijn zoon, die hij in goed co-ouderschap opvoedt met de moeder.


Dankzij de muziek van mijn broer aan de slag als jongerencoach


Voor de tweede keer zocht Charly terug de vertrouwde omgeving van Linkeroever op en richtte zich tot zijn broer. Die timmerde succesvol aan de weg met zijn muzikale projecten als Young B.: Zijn artiestennaam betekent Young Businessman. Hij koos voor het genre jazz, hiphop en R&B. Hij biedt jongeren ook workshops aan zoals rijmen op muziek, tekstschrijverschap, technicus bij een optreden. Deze workshops organiseerde hij in de Willem Elsschotbibliotheek. Daar kreeg hij de boodschap mee dat de bibliotheek een toezichter nodig had om de jeugd te begeleiden. Ik hapte toe en dat beviel me. Na een tijdje kon ik doorgroeien tot jongerencoach bij het Centrum Algemeen Welzijn Kwadraat. Dat is een dienst van de stad. Ik ben intussen de vertrouwenspersoon voor de jeugd op de Linkeroever. Ik zoek de jongeren die met problemen zitten zelf op. Sommigen kunnen die niet beschrijven en geven drogredenen aan voor hun situatie. Als hun houding niet goed is, confronteer ik hen daarmee. Het duurt een sessie of vijf vooraleer je ze ziet veranderen. Als ik met hen in gesprek ga zoals ik dat noem, dan maak ik hen meteen duidelijk dat ik een rechte lijn trek. Ik noem een kat een kat en ik wijs hen op hun slecht gedrag. Ik verwittig hen dat ze zullen vallen als ze doorgaan zoals ze bezig zijn.’


Ik vertel hen open en bloot over de fouten in mijn leven


Het vertrouwen winnen van je doelgroep – in dit geval de jongeren van Linkeroever – vormt de eerste en belangrijkste stap in de methodiek van de jongerencoach. Charly ontwapende met zijn eigen stijl: ‘Bij wijze van kennismaking vertel ik hen over mijn leven. Ik leg mij open voor hen. Dan voelen ze dat ik ook foute daden op mijn geweten heb en dat ik me niet schaam om daarover met hen te praten. Het doet hen deugd als ze zien dat hun begeleider zelf de mist is ingegaan. Het brengt hen een levensles want het is niet iedereen gegund om de gevangenis te overleven. Het enige dode lichaam dat ik mijn leven heb gezien, was in de nor: moord. Ik mag dus van geluk spreken dat het lot mij terug naar Linkeroever bracht. Ik analyseer in mijn werk mijn eigen jeugd en vraag me af wat had ik kunnen doen om mijn dwaasheden te vermijden.’


Iedereen heeft nood aan de juiste personen in zijn of haar omgeving


Dan komt Charly steevast uit op hetzelfde punt: iedereen heeft nood aan de juiste personen in zijn of haar omgeving. Die heeft hij zelf node gemist: ‘Ik wil die persoon zijn voor de jongeren hier. Ik wandel rond en een kereltje van zes spreekt me aan. Dat beschouw ik als een goed teken want zelfs die kleuter weet dat hij bij Charly terecht kan. Je moet het vertrouwen verdienen. Dat is mij gelukt. Sommige jongens vinden geen steun bij hun ouders maar wel bij mij.’ En dat geeft men via-mond-aan-mond-reclame aan elkaar door.’
In de loop van 2016 kwam Charly in contact met het project van City Pirates. De vzw Riverside Studio zocht een lokaal. En ze openden een crowdfundingprogramma om een studio te bouwen. Die doelstelling werd niet gehaald: ‘Gelukkig geloofde Michel Pradolini wel in onze visie. Hij gaf ons een ruimte op de velden van City Pirates Linkeroever. We bieden onze jongeren hier dus voetbal, muziek en dance aan.’


Mijn boodschap: haal een diploma!


De centrale boodschap in het werk van Charly luidt: ‘Maak je schoolopleiding af!’ Hij stelt het kort en krachtig: ‘Haal een diploma! Zonder de kleuterschool zou mijn zoontje nooit leren tellen. En elke keer dat je mag overgaan naar het volgende leerjaar, hoe beter voor je leven. Ik wil echt dat een jongere niet in de problemen belandt. Daarvoor sta ik. En als iemand me dan vertelt: ‘Bedankt Charly, dankzij u heb ik dit bereikt’, dan klopt mijn hart wat sneller. Dat geeft mij zo’n genoegdoening. Hoewel ik zal antwoorden: ‘Het komt door je eigen inzet, mijn beste.’ Het pakt toch op mijn gemoed. En daar laat ik dat gevoel wel toe. Ik ben hier als een motivator.’


Ik wil een rolmodel zijn voor de jeugd van Linkeroever


Zou de dertienjarige Charly naar zo’n
‘motivator-jongerencoach’ hebben geluisterd?Hij lacht even onwennig maar geeft dan een mening die wordt gedragen door zijn overtuiging: ‘Neen, die zou in eerste instantie niet luisteren want die denkt dat hij stoer is en alles alleen kan. Ik heb zelf pas in de gevangenis ingezien wat respect betekent. Omdat ik daar iemand heb gevonden die mij de weg wees. Ik denk dat elke dertienjarige Charly iemand nodig heeft, naar wie hij kan opkijken. Een voorbeeldpersoon, een rolmodel, noem het zoals je wil. Dat wil ik zijn voor de jeugd van Linkeroever. Ik heb zelf littekens opgelopen, letterlijk en figuurlijk. Die toon ik hen. Ik veroordeel niet maar ik hoop dat ze van mij iets opsteken waardoor ze hun leven op het juiste spoor zetten.’ Het gesprek heeft lang genoeg geduurd oordeelt Charly. Want zijn volgende afspraak staat al ongeduldig te wachten. Hij schudt een jongeman van een jaar of veertien stevig de hand. Hij pakt hem ook figuurlijk vast om voor hem iets te betekenen in het leven. Ik denk na over zijn de quote waarmee hij het gesprek beëindigde: ‘Ik denk dat elke dertienjarige Charly iemand nodig heeft om naar op te kijken.’
Er zijn nooit genoeg jongerencoaches denk ik bij mezelf

Yves Kabwe Kazadi

City Pirates City

Deel 1: Verhaal van Yves Kabwe-Kazadi

Op stap met Yves, de sociale voetbalwerker van City Pirates
Linkeroever


Ik ontmoet Yves Kabwe-Kazadi (1989) aan het stadionnetje van City Pirates Linkeroever. En hij test bij wijze van binnenkomer meteen mijn vooroordelen: ‘Het leven hier is prachtig. Er wonen hier mensen uit alle delen van de wereld.’ Yves kijkt me enigszins uitdagend aan. Ik geef toe: dat is even schrikken geblazen. Die Linkeroever, dat was toch niets anders dan kommer en kwel?

Door Raf Willems

Maar Yves gaat onverstoorbaar verder: ‘We deden niets anders dan sjotten en sporten tot het donker werd. Maar men gaf ons een etiket: “De gasten van die blokken? Die gooien karretjes van de Lidl en chocopotten naar beneden.” Dan moesten we de mensen toch uitleggen dat dit fel overdreven was.’ En dat doet ie, in ons gesprek.


Ik vind het leven tussen de Chicagoblokken prachtig


Ik loop op het terrein van wat vroeger Sint-Anneke Sport heette. Fraaie muurschilderingen – met Radja’s kop als blikvanger – vrolijken het geheel op. Hier heeft Yves zijn kantoor. Ik vraag hem naar zijn oorsprong. Hij vertelt over zijn vader die rond 1990 vanuit Lubumbashi naar Antwerpen reisde om aan het Tropisch Instituut zijn studie geneeskunde te voltooien: ‘Omdat de situatie in Congo zeer gespannen was geworden, volgde ons gezin hem. Antwerpen werd onze nieuwe thuis want mijn ouders vestigden zich op de Linkeroever en we huurden hier een appartement in het beruchte Chicagoblok.’ Ik werp meteen op dat hij het nu toch zelf aanhaalt? ‘De beruchte Chicagoblokken?’ Maar vervolgens laat hij van de slechte reputatie van de woontoren geen spaander heel: ‘In ons flatgebouw waren 25 verdiepingen. Wij woonden op het 22 ste, met een prachtig uitzicht over de stad. Mijn beste vrienden zaten op het twaalfde en het vijftiende. Achter ons blok lag een groot grasveld met een bloemenperkje rond. We gebruikten het als voetbalpleintje. Radja Nainggolan liep hier ook rond, die was een jaar ouder dan ik. Een fantastische tijd. Dàt maakte het leven op Linkeroever zo leuk.’


Ik leerde van mijn ouders: eerst het huiswerk en dan de bal


Yves interesseerde zich voor ‘de medemens’ en schreef zich op school in voor de richting STW: sociaal-technische wetenschappen. Deze mix beviel hem. Hij combineerde het met elitevoetbal bij SK Beveren. Boeiend maar tegelijk confronterend: ‘Mijn ouders interesseerden zich niet voor het voetbal. Ze zetten de focus op de studie. Het voetbal? Dat diende ik zelf in te vullen. Eerst het huiswerk, dan pas de bal. Dat kweekte bij mij karakter, discipline, inzet. Want het traject van SK Beveren was bijzonder veeleisend met vier trainingen per week. Ik moest mezelf organiseren om dit correct in te vullen. Het was een heel jaar door pompen of verzuipen. Na mijn schooltaken ‘crossen’ om de bus te halen naar de Freethiel. Ik kwam vaak te laat. Nochtans loonde het de moeite om toch op tijd te komen want ik voetbalde met de Ivorianen. Yaya Touré was al vertrokken maar ook die andere jongens konden écht voetballen: één-tweetjes, driehoekjes, alles. Bewonderenswaardig, wat heb ik daar toch genoten zeg! En bovendien: ze gaven me nog goede raad op het gebied van techniek!’


Ik herlanceerde met City Pirates het jeugdvoetbal op Linkeroever


Hij verbleef tien jaar bij SK Beveren en haalde zelfs de selectie van het eerste elftal maar intussen was de ‘geelblauwe’ traditievereniging in het sukkelstraatje geraakt en zelfs gedegradeerd. Hij vertrok noodgedwongen na het faillissement: ‘Ik had helaas een slechte zaakwaarnemer en zocht uit wanhoop zelf een Nederlandse ploeg op het niveau van eerste provinciale. Na dat ommetje belandde ik in deze regio bij achtereenvolgens bevorderingsclub Sint-Gillis-Waas, derdeklasser SK Sint-Niklaas en de provincialers Kemzeke en Haasdonk. Ziedaar in een notendop mijn loopbaan. Intussen kruiste City Pirates mijn pad. Ik studeerde orthopedagogie en kwam in contact met Paul Beloy. De ex-voetballer van Beerschot trad als adviseur op voor City Pirates. Hij daagde me uit om het voetbal op Linkeroever opnieuw te lanceren, na het verdwijnen van Sint-Anneke. Ik aanvaardde het engagement van jeugdtrainer en startte mijn job als sociaal werker. Ondanks het feit dat ik mijn diploma nog niet had behaald. Ik vond immers dat ik hier veel meer uit de dagelijkse praktijk kon leren. De Linkeroever, dat is het leven zelf.’


Ik laat mensen zelf zoeken naar het antwoord


Yves kreeg de volle verantwoordelijk voor het nieuwe project van City Pirates in de schoot geworpen. En het beviel hem volledig. En toch verkondigt hij nu al dat hij het vroeg of laat wil zien draaien zonder hem: ‘Dat is mijn ideaal, dat het op zichzelf kan staan. Mijn gsm ontploft hier elke dag. Ik krijg tientallen telefoons. Die gaan écht over àlles. Zoals:
“Yves, ik ben mijn vest kwijt”, “Yves, kan je mijn belastingbrief helpen invullen?”, “Yves, wanneer moeten we trainen?”, “Yves, ik ben geblesseerd. Hoe vind ik een kinesist?” Je kunt het zo gek niet bedenken of ze stellen mij de vraag. Ik reik de oplossingen niet aan maar laat mensen zelf zoeken naar het antwoord. Ik toon hen de weg. En zeg hen: “Je kunt het zelf doen: probeer het eens.” Ik stimuleer de zelfredzaamheid. Dat heb ik geleerd van Michel Pradolini, de voorzitter van City Pirates. Hij sprak me een beetje vaderlijk vermanend toe na mijn eerste ervaringen: ‘Je moet stouter worden Yves en meer op je strepen staan.’ Als 26-jarige was dat een goede les voor mij. Mijn eerste methodiek: afbakenen en doorverwijzen. Vervolgens: ik betrok jongeren die heel veel inzet toonden bij de club bij mijn werk. Ik leid hen nu al een beetje op om hen te leren inschatten wat ik doe. Want ik ben uiteindelijk bezig met de ontwikkeling van een nieuwe functie in een voetbalclub. Met name die van sociaal werker.’


Ik pleit voor een sociaal werker in elke voetbalclub


Ik spitste de oren toen ik dat hoorde. In een ver verleden volgde ik zelf een opleiding in dit genre, al was ik ter zake geen uitblinker. Maar ik geloofde wel in de ‘maatschappelijke kracht van het voetbal’. Al was dit toch vooral ‘roepen in de woestijn’. Zou ik hier, tussen die Chicagoblokken, toch een volgeling hebben gevonden? Het enthousiasme van Yves valt niet te stuiten: ‘Mijn werk draait vandaag om meer dan voetbal. Ik zeg vandaag: het is een must om een sociaal werker te hebben binnen een club. Zelfs bij een amateurvereniging. Mocht ik bij SK Beveren destijds een sociaal werker hebben gehad om mij te sturen…Ik was dertien en kwam in een voor mij onbekende wereld terecht. Ik raakte er de weg kwijt. Ik verloor de pedalen, ook op school en moest dat eerste jaar zelfs overdoen. Zo’n sociaal werker zou zijn handen vol hebben: begeleiden met de studies van de jongeren, de ouders uitnodigen tot betrokkenheid bij de club, het regelen van vervoer. En het belangrijkste: de jonge voetballer steunen in zijn menselijke ontwikkeling.’
Ik sta even met mijn mond vol tanden, het duizelt even in mijn hoofd. En ik beaam Yves vervolgens volledig. Hij heeft gelijk: een sociaal werker voor elke voetbalclub! Als dat nu nog eens geen goede slogan is zie!
Het is niet alleen aangenaam maar ook nog inspirerend toeven daar, tussen die Chicagoblokken op de Linkeroever.

Deel 2: Verhaal van Yves Kabwe-Kazadi

Op stap met Yves, de sociale voetbalwerker van City Pirates
Linkeroever


In deel twee van het gesprek met Yves Kabwe-Kazadi snijden we enkele niet voor de hand liggende thema’s aan. Het zijn obstakels waarmee hij dagelijks wordt geconfronteerd en die hij wil omzetten in ‘uitdagingen voor de toekomst’.

Door Raf Willems

Yves komt met een verrassende uitspraak voor de dag. Hij legt uit hoe hij aan zijn Afrikaanse mentaliteit diende te schaven om te kunnen functioneren in een voetbalclub.

Ik schaaf aan de Afrikaanse mentaliteit


‘Pijnpunt één: wij komen niet in de kantine maar trekken na de match meteen naar huis. De meeste jongens hebben te weinig geld en in de kantine kost een glas cola twee euro terwijl dat de prijs is van een hele fles in de Aldi. Wie echt aan het voortbestaan van de voetbalclub denkt, weet dat men een bepaald bedrag moet besteden in de kantine. Aanvankelijk kwam ik ook voortdurend te laat. Ik ontdekte alles in mijn eentje. De routine van het tijdig naar het voetbal te vertrekken, moest ik mezelf aanleren. Kijk, het leven in het Chicagoblok heeft ook zijn typische kantjes: als de lift weer eens blokkeert, dan ben je al een kwartier te laat. Elk nadeel heeft zijn voordeel: dan spurt je langs de trappen van twintig verdiepingen. Tegelijk is het crossen geblazen naar de bushalte. En die bus zal dan steevast voor je neus vertrekken. Met andere woorden: ik kwam voortdurend een minuut of tien te laat. Ik stak de schuld altijd op iets anders maar zocht de oplossing nooit bij mezelf. Want die ellendige lift bleek toch stuk en die vervelende buschauffeur wachtte niet? Ik begreep niet dat het probleem echt bij mij lag. Ik stond voor de uitdaging om me zo te organiseren dat ik vroeger vertrok. Ik pas nu zelf deze tactiek toe. Vorige maand boden drie jongens van de teams van U 10 zich te laat aan voor de match. Ik stuurde hen terug naar huis. Ze stonden te huilen op mijn kantoor en hun ouders zeurden me de oren van hun hoofd maar ik plooide niet. De volgende keer arriveerden ze zelfs te vroeg. Ik hield hen een spiegel voor: “Jongens, je gaat later ook op tijd moeten komen.” En ik hoop dat ze het begrepen hebben. De Afrikaanse mentaliteit maakt het leven vaak leuk maar ze kan je ook parten spelen.’

Ik ben een betere mens geworden dankzij mijn voetbal


Ik leer Yves kennen als iemand die langs zijn neus weg een aantal sterke statements maakt. Zonder gewichtig te doen maar hij laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Na die over ‘het is een prachtig leven rond de Chicagoblokken’ en ‘het is soms nodig om je Afrikaanse mentaliteit bij te schaven’ volgt hier een derde gekruide uitspraak: ‘Ik ben een beter mens geworden dankzij mijn voetbal!’ Echt waar Yves? Ik neem dit even met een korrel zout maar hij gaat in een hogere versnelling: ‘Ik verduidelijk dit even. Het voetbal leerde mij het racisme plaatsen. Ik speelde mijn eerste match op het hoogste niveau met SK Beveren op Lommel en ik wist niet wat ik hoorde: oerwoudgeluiden, met name! De hele tijd! Ik vroeg aan mijn ploegmaats wat er gebeurde want ik was hevig geschrokken. Ze maanden me aan om het te negeren en om mij te concentreren op de wedstrijd. Ik liet het dus aan mij voorbij trekken en we wonnen die match. Ik leerde het relativeren of beter gezegd: ik zorgde dat het me niet klein kreeg en me niet beïnvloedde. Door het voetbal toonde ik me sterker dan de racisten. Het voetbal bracht me dus karaktersterkte. Ik moest me veel opofferingen getroosten. Het hardde me en ik begreep dat je er echt moet voor gaan om iets te bereiken in het leven.’


Ik klim op de schouders van mijn vader en probeer verder te kijken


Om zijn dagelijkse belevenissen te kaderen, haalt Yves ook veel uit de wijsheid van zijn vader. Hij noemt hem zijn belangrijkste inspiratiebron: ‘Mijn vader vloog op jonge leeftijd in zijn eentje naar België om hier te studeren. Later onderhield hij zijn familie. Hij gaf me een mooi gezegde mee: “Klim op mijn schouders en kijk verder dan ik.” Dat pakt mij en ik waardeer zijn parcours enorm. Elk dag opnieuw denk ik op mijn bureau aan zijn parool. Ik begin mijn dag tussen tien en twaalf uur met het beantwoorden van mijn mails. Dan bereid ik het sportieve deel voor en controleer of de trainingen van ’s avonds volgens het boekje kunnen verlopen.
Vanaf 14 uur start ik met het sociale werk. Ik organiseer huiswerkbegeleiding aan een twintigtal kinderen en jongeren – vaak van vluchtelingen – tussen acht en zeventien jaar. Ik praat hierover intensief met ouders want zij zien niet steeds het belang daarvan in. Veel ouders van nieuwkomers hebben het moeilijk met de Nederlandse taal. Ze begrijpen niet alles wat gezegd wordt. Ik haal in ‘een-op-een’-gesprekken drie drempels weg. Die van het geld, want het is gratis. Die van de veiligheid, want ze vertoeven in de beschermde omgeving van onze voetbalclub. Die van de kwaliteit, want de begeleiding wordt gegeven door professionele onderwijzers die er hun vrije tijd aan besteden. 

Ik contacteer bovendien de school zodat die weet dat ze steeds op mij beroep kan doen. We hebben goede ervaringen met deze combinatie van sport en opvoeding.’


Ik neem mijn tijd qua individuele begeleiding


Yves mag zich stilaan op de borst beginnen kloppen met enkele mooie resultaten qua individuele begeleiding: ‘Ik nam drie jaar geleden een jongen uit Rwanda onder mijn hoede. Hij woonde al een tijdje op Linkeroever en kampte met een moeilijke gezinssituatie. Zijn ouders waren net gescheiden. Hij spijbelde en puberde er lustig op los. Zijn enige interesse was voetbal. Ik zette hem op het rechte pad: sloot hem aan bij City Pirates, zocht een school voor hem, plaatste hem in de huiswerkbegeleiding. Vandaag dringt hij door tot de U17 van de City Pirates Merksem en pronkt hij met sterke onderwijsprestaties. Zijn moeder stapte onlangs huilend op me af om mij te bedanken omdat ze begreep dat hij van hieruit goed was begeleid geworden. Dat deed uiteraard veel deugd maar zo’n proces neemt dus tijd in beslag.’


Ik doorbreek het taboe van psychologische hulpverlening


Yves botst soms op zijn grenzen. Hij legt de vinger op de wonde en hamert op de nood aan psychische hulpverlening: ‘Hier hangt nog vaak een taboe rond. Terwijl het noodzakelijk is. Als jongeren kampen met psychische problemen en ouders mijn suggesties niet opvolgen, dan sta je machteloos als je hen toch ziet ontsporen. Ik had een doelman van twaalf jaar met veel talent. Hij worstelde met gedragsproblemen. We bespraken het met zijn ouders en gaven hen de goede raad mee om hun zoon therapeutisch te laten begeleiden. Maar er heerste bij hen ongeloof. De school zette hem aan de deur en hij zocht een nieuwe club. Ik verwittigde hem voor het scenario dat zou volgen en voorspelde dat hij over een aantal jaren geen ploeg meer zou hebben. Dat is vandaag het geval en hij kwam met hangende pootjes terug bij ons om een nieuwe kans bedelen. Ik twijfel. We kunnen immers met ons project jongeren maar begeleiden tot een bepaald punt. Eens dat voorbij dan moeten we verwijzen naar het CLB of naar therapeuten. Eigenlijk is dat ook voor ons nog steeds een stap in het ongewisse. Ik zou het toejuichen mochten professionele hulpverleners in de toekomst een verbinding maken met onze club. Problemen met de psyche vormen nog te vaak een taboe. Dat tracht ik te doorbreken.’


Ik herhaal: ‘Geef elke voetbalclub een sociaal werker!’


Als Yves zijn ervaringen van de voorbije drie jaar bundelt dan is zijn geloof in de maatschappelijke kracht van het voetbal sterker dan ooit: ‘Ik hou van City Pirates Linkeroever. Een prachtig project! Ik schud de mensen graag wakker om hen uit te nodigen mee te stappen in het verhaal en het nog mooier te maken. Wacht niet tot het gebouw helemaal af is maar doe nu mee! De taal van de bal is heel sterk. Voetbal verbindt veel mensen. Dat is onze doelstelling op Linkeroever: mensen bij elkaar brengen via de bal. Dat spelen we klaar zoals gezegd door huiswerkbegeleiding maar we helpen vanuit onze werking ook volwassenen: belastingbrieven invullen; met hen voor de eerste keer een interimkantoor bezoeken; inzicht geven in schuldbemiddeling; schrijven van motivatiebrieven voor tewerkstelling… Er ligt hier zoveel sociaal werk op de plank… Ik kan enkel mijn slagzin herhalen: “geef elke voetbalclub een sociaal werker!” Het doet wonderen. En tegelijk nodig ik voortdurend mensen uit om als vrijwilliger ons verhaal te steunen. Ik ben ervan overtuigd dat dit we dit pad moeten volgen om de toekomst voor te bereiden.’
Ik sluit mij volkomen aan bij deze dubbele oproep en gooi het, goed articulerend, op mijn beurt in de groep: ‘Geef elke voetbalclub een sociaal werker!’ En vervolgens: betrek en waardeer de vrijwilliger. Een mooi voorbeeld is dit hier, tussen de Chicagoblokken, van hoe het anders kan. Ik zeg zelfs meer: een heel mooie voorbeeld, voor andere clubs, die City Pirates Linkeroever.

Chaima Agris

City Pirates City

Deel 1: Verhaal van Chaima Agris

Op stap met Chaima, de gepassioneerde huiswerkbegeleider van Linkeroever


Ik ontmoet Chaima Agris (1992) in het kantoor van City Pirates Linkeroever, naast het voetbalveld. Daar voert ze met veel overtuiging vrijwilligerswerk uit. Ze voltooide de bachelor ‘Sociaal-Juridische Dienstverlening’ en volgde een interuniversitaire master ‘Gender en Diversiteit’. Ze droomt van een beleidsfunctie die gericht is op het nastreven van gelijkheid voor en emancipatie van diverse maatschappelijke groepen. Ze was van dag één betrokken bij de huiswerkbegeleiding van City Pirates. Een begeleiding, die gezien de vaak moeilijke thuissituaties van de spelers, noodzakelijk is.

Door Raf Willems

Ik vind dat huiswerkbegeleiding moet vertrekken vanuit respect voor het kind


‘Mijn beide grootvaders emigreerden in de jaren zestig vanuit Marokko naar Antwerpen. De ene werkte in een fabriek in Lier, waar plastic werd gemaakt. De andere kreeg een job bij MHO in Hoboken. Zowel mijn vader als mijn moeder groeiden op in Antwerpen. Mijn vader studeerde voor ‘automechanica’ en mijn moeder voor ‘snit & naad’. Ik heb een vijf jaar oudere zus. Ik studeerde Latijn-Moderne Talen in het Onze-Lieve-Vrouwinstituut Pulhof in Berchem.
Ik draai mee in de huiswerkbegeleiding vanaf dag één. Dit is al het vierde seizoen. We verfijnen onze werking steeds meer. De verenigingsmanager van Linkeroever, Yves Kabwe, zocht mij op omdat hij zag dat twee jonge spelers een risico op een B-attest liepen. Hij wilde hen door hun examens helpen en vroeg of ik een handje kon toesteken. Ik engageerde ook een vriendin van mij, Sophie Tran, en samen gingen we aan de slag. De jongens haalden hun A-attest en dat volstond voor Yves om met ons in zee te gaan voor het project ‘huiswerkbegeleiding’. Wij voelden ons vereerd maar dan volgde de vraag: hoe pakken we dat concreet aan:
‘huiswerkbegeleiding’?
Eerst stelden we vast dat onze doelgroep bijzonder heterogeen was. Kinderen en jongeren tussen zes en vijftien jaar met een verschillende sociaaleconomische, etnische en religieuze achtergrond. Bovendien volgden ze zeer uiteenlopende opleidingen. In het project van Linkeroever verwelkomen we 180 jongeren die komen voetballen, waarvan er twintig deelnemen aan de huiswerkbegeleiding. Een diverse groep met zowel Vlaamse als Maghrebijnse en Midden-Afrikaanse wortels.
De huiswerkbegeleiding ging in eerste instantie door in een lokaal dat we via Buurtsport ter beschikking kregen. Nadien zijn we verhuisd naar de oude velden van FC Linkeroever die door een faillissement in zeer slechte staat werden achtergelaten. De voorzitter van City Pirates, Michel Pradolini, heeft er enorm veel werk en moeite in gestoken om terug warmte en leven in dit complex te krijgen. Een seizoen later ging de huiswerkbegeleiding door in de kleine kantine die ook fungeerde als secretariaat en vergaderruimte. Indien er te veel volk aanwezig was in de kantine ging de begeleiding zelfs door in kleedkamers. In het begin was het dus roeien met de riemen die we hadden. Ondertussen is de site gerenoveerd en beschikken we over een apart lokaal. Dit lokaal is ingevuld met handige bureaus en er zijn bovendien ook laptops voorhanden. City Pirates steekt er dus tijd en moeite in. Dat voelt goed aan als huiswerkbegeleider want het is een teken van respect.’

Ik bied structuur én een beloningssysteem aan in functie van zelfredzaamheid


In haar visie combineert Chaima zowel beloning als bijsturing. Ze dokterde samen met haar collega’s een systeem uit dat zelfredzaamheid stimuleert.
‘Onze visie omvat zowel beloning als bijsturing. Wij willen kinderen structuur aanleren en een ruimte bieden waar ze rustig huiswerk kunnen maken. Wat is de kern van ons beloningssysteem? Zelfredzaamheid. We bereiden hen voor op de toekomst. Ze moeten leren hoe ze zich in bepaalde situaties dienen te gedragen. In ons studieschema zitten vier onderdelen: op tijd komen, agenda ingevuld meenemen, materiaal bij hebben en werkhouding. Elk van deze vier criteria wordt na iedere samenkomst beoordeeld. Voor elk positief beoordeeld criterium kunnen zij een piratenmunt verdienen, zo worden ze gemotiveerd goed te scoren op elk van de criteria.
Met de verdiende piratenmunten betalen de spelers een fictieve piratenfactuur om huiswerkbegeleiding te kunnen volgen. Elke maand vullen ze dan het bedrag in met een echt overschrijvingsformulier. Zo leren we onze jongeren ook omgaan met geld en facturen. Ze weten dus wat plannen en calculeren is.
Ze hebben vier muntjes nodig om de piratenfactuur te betalen. De overige munten die zij hebben verdiend, kunnen zij ofwel sparen ofwel uitbesteden aan een aankoop
(schoolmateriaal, leesboeken, speelgoed, enzovoort). De spaarzame spelers gaan voor een grotere prijs, bijvoorbeeld een voetbalticket voor een wedstrijd. We hebben ook een fiche voor een groepsprestatie. Als die goed is, volgt er een extra beloning. Zo moedigen spelers elkaar aan voor de schoolprestaties. Het is echt mooi om te zien hoe een vijftienjarige een tienjarige helpt.’


Ik benadruk dat voetbal geen vlucht mag zijn voor een moeilijke thuissituatie


Chaima geeft aan dat er gewerkt wordt met dit systeem omdat men vaak merkt dat heel wat ouders niet in staat zijn om die structuur en zulke vaardigheden over te brengen aan hun kinderen. Ze geeft het volgende voorbeeld: ‘Er kwam eens een moeder van een speler naar de huiswerkbegeleiding en vroeg me om haar te helpen met een brief in te vullen. Wanneer ik haar een pen aanreikte, zei ze me dat ze niet kon schrijven. Daarnaast zijn er ook heel wat ouders die de Nederlandse taal te weinig machtig zijn om hun kinderen echt te kunnen bijstaan in hun studies. Dit toont nogmaals de noodzaak van de extra begeleiding die we bieden.
Ik heb de kans gehad om mee op huis– en schoolbezoek te gaan bij enkele spelers die naar de huiswerkklas komen. Er zijn spelers die in moeilijke gezinssituaties leven en beperkte financiële middelen hebben waardoor ze het leven als profvoetballer nastreven en als oplossing zien voor hun gezinssituatie. Dit zorgt ervoor dat ze enkel focussen op hun voetballoopbaan en zo wordt school bijzaak. Op die manier blijven andere capaciteiten en talenten echter onbenut. Om dit te voorkomen werken wij met een systeem waarbij we spelers kunnen sanctioneren die een negatieve schoolhouding hebben. Deze sanctie uit zich dan in een schorsing voor een training of wedstrijd. Een voorbeeld: een speler van de U17 werd onlangs twee weken disciplinair geschorst omdat het echt niet goed ging op school. We merkten ook bij deze speler dat hij enkel het leven als profvoetballer voor zich had. Na een één op één gesprek met de speler, hebben we hem tot inzicht kunnen krijgen dat zijn schoolsituatie niet goed zat en dat hij de tijd nodig had om zichzelf te reorganiseren op vlak van school. De beslissing om hem twee weken disciplinair te schorsen, betekende niet dat hij niet meer betrokken was bij zijn ploeg, de speler bleef uiteraard van alles op de hoogte en ging ook nog naar de wedstrijden van zijn ploeg kijken. Een schorsing gebeurt steeds in samenspraak met de speler, de huiswerkbegeleiders, de trainer van de speler en de vereningsmanager van City Pirates Linkeroever.
Wij sturen de spelers dus bij waar nodig op sociaal vlak. We doen dit niet om hen te straffen, maar we willen hen voorbereiden op wat ze later nodig hebben in de maatschappij.’


Ik herhaal vaak onze basisregel: eerst de studie en dan de sport


Chaima legt het belang uit van het kantoor naast het voetbalveld. Dat geeft kinderen het gevoel dat ze altijd welkom zijn in een aangename omgeving. Dat nodigt uit tot leren en tot zich thuis voelen: ‘De kantine en het terrein zijn na schooltijd steeds voor hen geopend. We proberen onze spelers ook te empoweren en verantwoordelijkheden te geven. Ook dit wordt gekoppeld aan de huiswerkklas. Een mooi voorbeeld is Samuel. Toen minister Alexander De Croo ons project Digitale Helden met een officieel bezoek vereerde, mocht Samuel de minister voorlichten. Hij deed dat met een enorme naturel. Hij vertelde de dingen zonder zenuwen. Door dit soort kansen te krijgen, ervaart hij dat er deuren openen binnen de club door zich in te zetten. Een voorwaarde blijft echter dat hij zijn best blijft doen in de huiswerkklas.
Binnen City Pirates hameren we er echt op dat studie op de eerste plaats komt. Sport volgt daarna. Later zal men het echt wel kunnen maken in het voetbal maar je moet ook je plan trekken in het leven en een diploma biedt meer mogelijkheden in de samenleving. We hebben contact met de scholen om de situatie van de spelers door te nemen. Hier komen ze in de context van het voetbal. En daar voelen ze zich het best in. Een kind ageert namelijk verschillend naargelang de context. Via onze huis- en schoolbezoeken verwerven wij ook informatie omtrent hoe de speler handelt in zijn thuissituatie of in de schoolcontext. Daar kunnen we vervolgens op inspelen.’ Zo leiden de inspanningen van het ‘Team Huiswerkbegeleiding’ van City Pirates Linkeroever dus tot zeer concrete resultaten. Lees morgen aflevering twee van het gesprek met Chaima Agris.

Deel 2: Verhaal van Chaima Agris

Op stap met Chaima, de gepassioneerde huiswerkbegeleider van Linkeroever


In de tweede aflevering laat Chaima haar meer theoretische inzichten over pedagogie los. Ze heeft een boeiende kijk ontwikkeld op zowel individuele begeleiding van het kind als op ouderparticipatie. Ze is een doorzetter, die gelooft in de quote: “Fall seven times, stand up eight”. Vanuit die visie geeft ze de huiswerkbegeleiding van City Pirates Linkeroever gestalte.

Door Raf Williems

Ik word boos én droevig als kinderen zeggen dat ze ‘maar in het BSO zitten’


Ze stipt meteen aan dat kinderen die in een maatschappelijk lager gewaardeerde richting terecht komen, vaak minderen huistaken krijgen. ‘Dat moeten wij dan wat bijsturen. Ik durf me al eens opwinden tegen het feit dat sommige spelers uit deze maatschappelijk lager gewaardeerde richtingen minder worden uitgedaagd door schooltaken. Ik heb al vernomen dat een leerling op school minder presteerde en dat men overwoog hem naar het BUSO te sturen. Ik had met hem heel andere ervaringen en ging dus de bemiddelingstoer op bij de school. Met als resultaat dat hij extra begeleiding en oefenstof zou ontvangen. We komen ook op voor het algemeen welzijn van onze kinderen. Ik ben geen voorstander van het labelen van kinderen. “Ik zit maar in het BSO dus ik krijg geen huiswerk”. Als we dat horen van een jongere, dan gaat er bij ons een belletje rinkelen en geven wij net extra huiswerk. Wij willen namelijk het niveau opkrikken en de jongere prikkelen. Wij stellen hier vast dat veel kwaliteiten bij onze kinderen onbenut blijven. Daar willen wij absoluut verandering in krijgen. Het probleem ligt onder andere bij onze schoolcultuur want op gebied van gelijkheid in het onderwijs scoort Vlaanderen niet goed. Onze structuur ASO-TSO-BSO versterkt namelijk het denken in hokjes en zorgt voor een grote kloof in het onderwijsniveau. Ofwel ben je theoretisch ingesteld ofwel volg je een beroepsopleiding. Waarom kan je beiden niet combineren? Onze kinderen spreken zich ook in die zin uit: “We zitten maar in het BSO.” Dan word ik boos en droevig tegelijk. Jammer genoeg bestaan er leerkrachten en directie die deze visie er mee inpompen. Kinderen en jongeren worden in het BSO te weinig uitgedaagd op het niveau van intelligentie en in het ASO te weinig op vlak van techniek. Ik heb soms het gevoel dat kinderen met een bepaalde sociale achtergrond sneller naar het TSO of BSO worden verwezen. Ik zag het met mijn eigen ogen. Ik zat zelf op een school waar ze enkel ASO hadden en die veranderde gaandeweg van een gemengde in een blanke school: bij de start zaten we met twintig kinderen met ‘migratie-achtergrond’ en op het einde, zes jaar later, nog maar met vijg. Ik geloof niet dat er slechts vijf van de twintig wel degelijk het ASO zouden aangekund hebben. Volgens mij was er bij de vijftien anderen, die het advies kregen om TSO of BSO te doen, een gebrek aan ondersteuning of een onterecht advies van de school voor een bepaalde studierichting zoals we bij veel spelers van City Pirates zien. ’


Ik geloof dat je individuele identiteit samenhangt met je sociale positie


Chaima komt met een mij onbekend begrip op de proppen. Ze noemt zichzelf een sterke aanhanger van het kruispuntdenken. Dat vraagt een woordje uitleg.
‘Elk individu bevindt zich op een kruispunt van verschillende identiteiten. Elke persoon heeft bepaalde identiteitskenmerken: religie, etniciteit, gender, seksuele geaardheid, sociaaleconomisch achtergrond, leeftijd, opleiding enzovoort. Die spelen op elkaar in en hangen met elkaar samen. Je individuele identiteit hangt dus samen met je sociale positie.
Onze jongeren hebben vaak een sociaaleconomisch moeilijkere positie en dit maakt dan ook deel uit van hun identiteit. Het zorgt er ook voor dat ze door de maatschappij op een andere manier worden gepercipieerd. Omwille van bepaalde identiteitskenmerken dienen ze harder te vechten om dezelfde kansen te kunnen krijgen.
Een belangrijke deelidentiteit bij mezelf is mijn moslim zijn. Mijn invulling van het geloof geeft mij steun in het leven en biedt me hoop in moeilijke momenten. Daarnaast is mijn geloof mijn vrijheid en vrijheid is super belangrijk voor mij. Ik wil zo weinig mogelijk beperkingen opgelegd krijgen. Mensen moeten de vrijheid hebben om zichzelf te ontplooien.’


Ik geloof in de individuele aanpak van elk kind


Structuren zijn noodzakelijk, maar de individuele aanpak maakt het verschil volgens Chaima. Dat is haar credo en dat houdt ze voortdurend voor ogen.
‘Ik vind het heel belangrijk dat de spelers hun eigenheid ontwikkelen. Ik heb in de les heel veel oog voor het individu. Ik denk dat het met de huidige schoolstructuur niet volledig mogelijk is. Het klassieke onderwijssysteem werkt ‘in the box’. Vleugels van leerlingen worden doorheen dat systeem soms afgeknipt. De samenleving van vandaag is volop aan het veranderen, het klassieke schoolsysteem moet dan ook mee veranderen.
Bij onze huiswerkbegeleiding proberen we dat wel in te vullen. Werken met het individu is mijn eerste regel in de huiswerkbegeleiding. Bij het klassieke schoolsysteem gebeurt dat veel minder. Het is in het onderwijssysteem ook niet altijd haalbaar omwille van tijd en middelen. Bij ons moeten ze echt terecht kunnen met individuele vragen. Ik probeer heel erg te werken aan het vertrouwen zodat ze voelen dat we er zijn voor hen. We brengen ook huisbezoeken aan de ouders. Daar bespreek ik de moeilijke momenten die we beleven met de kinderen: onbeleefdheid, slordigheid, achterstand bij de taken… We behandelen ook klachten vanuit de school of zoeken naar een praktische oplossing bij armoede. We halen bijvoorbeeld zelf de kinderen op als vervoer voor de ouders niet haalbaar is.’

Ik bemiddel voor ouderparticipatie


Ouderparticipatie! Dat klinkt goed en lijkt ook de normaalste zaak van de wereld maar het organiseren is minder evident, dat is althans de ervaring van Chaima. Daar wil ze verandering in brengen.
‘Ouderparticipatie is onze volgende stap. We willen de ouders betrekken bij het schoolgebeuren. Dat gaat vaak moeilijk omdat ze te weinig de Nederlandse taal onder de knie hebben of te weinig informatie hebben over het schoolsysteem in Vlaanderen. Ik zie soms hoe moeders komen kijken naar hun kind en controleren of het zijn schooltaak naar behoren uitvoert. Ook al kennen ze de taal nog niet. Ze tonen toch hun betrokkenheid. Ze kunnen inhoudelijk niet helpen maar ze zijn er wel voor hun kind. Dit is heel waardevol voor onze spelers. Uit onze huisbezoeken leren we ook wie een probleem heeft. Voor ons, maar ook voor de school, is kennis van de thuissituatie noodzakelijk. De thuiscontext bepaalt immers vaak het resultaat. Scholen zouden dus ook meer moeten inzetten op huisbezoeken om de context van leerlingen te begrijpen, maar opnieuw: hier is vaak een gebrek aan middelen. Het is duidelijk dat niet elk kind start met dezelfde kansen. Dat willen wij opvangen met onze ondersteuning.’

Ik spiegel mij aan ‘Fall seven times, stand up eight!’


De quote van de Japanse dichter Naoki Higashida bezorgt haar levensinspiratie: ‘Fall seven times, stand up eight. Ik geef nooit op en geef die boodschap ook door aan mijn omgeving. Als iemand het moeilijk heeft, weten ze bovendien dat ze bij mij terecht kunnen.
Ik wil die mentaliteit ook overdragen aan de spelers bij City Pirates. Het leven zal niet altijd van een leien dakje gaan, tegenslagen zullen er zijn, maar als je altijd terug rechtstaat, zal je groeien. Met City Pirates proberen we echt een verschil te maken voor de jongeren. We geven hen de structuur en de begeleiding die ze op bepaalde vlakken missen. Ze moeten leren dat ze mogen en moeten investeren in zichzelf en dat nooit of te nimmer mogen opgeven.’ Chaima Agris leeft duidelijk volgens haar missie. Ze geeft nooit op: zeven keer vallen en de achtste keer opnieuw opstaan. Volgens het motto van de dichter. Zo kijkt ze naar het leven en zo organiseert ze de huiswerkbegeleiding van City Pirates Linkeroever.

Ahmed Sababti

City Pirates City

Deel 1: Verhaal van Ahmed Sababti

Op stap met Ahmed, voetballende jeugdwerker van
Kras Antwerpen


Ik ontmoet Ahmed Sababti (1985) in de Sporthal Het Rooi in Berchem. Hij houdt van Zinédine Zidane. Van zijn combinatie van sierlijkheid, intelligentie én leiderschap. Hij ziet hem als de beste middenvelder uit de geschiedenis. Zizou heeft dezelfde achtergrond als Ahmed: een migrantenzoon uit de Maghreb. Sababti past die intelligente overtuigingskracht toe in zijn dagelijkse bezigheden.

Door Raf Willems

Hij speelt in het eerste elftal van City Pirates maar geniet vooral faam als topzaalvoetballer bij zowel FT Antwerpen als de nationale Futsalploeg: twee Gouden Schoenen, drie landstitels en talrijke bekers. Hij volgde een opleiding bedrijfsmanagement en werkte vier jaar in de verzekeringssector. Maar hij koos voor een merkwaardige carrièremove want zijn hart klopte voor het jeugdwerk. Meer bepaald voor de organisatie Kras. Hij sloot erbij aan als tiener, voerde vrijwilligerswerk uit als student en keerde terug als medewerker.


Ik neem het op voor ‘gekraste’ kinderen, zoals Kras het destijds voor mij opnam


‘Kras is een Antwerpse jeugdorganisatie met een sportief, creatief en cultureel vrije tijdsaanbod voor kinderen en jongeren uit buurten waar maatschappelijke uitsluiting speelt. We nemen het op voor gekraste kinderen. Ik groeide zelf op aan het Terloplein in Borgerhout. Daar leerde ik op jonge leeftijd Kras Sport kennen. Zij geloofden in mij. Dankzij hen werd ik iemand. Want ik was op mijn vijftiende de school beu en ik hing rond op straat. Gelukkig hebben de mensen van Kras mij goed opgevangen. Ik besloot opnieuw te studeren via de middenjury want ik volgde niet graag de lessen op school en vertoefde in een omgeving waar schoolverlaten een optie was. Je kon dan deeltijds onderwijs volgen. Dat is een eigenaardig verschijnsel want niemand vindt het normaal, evenmin bij de ouders.
Men bekijkt het echter ook niet als not done want onze ouders zijn op vroege leeftijd beginnen werken. Men zit ook in een omgeving waar gezinnen weinig middelen hebben. In In het toenmalig klassiek gezin werkte vader en voert de moeder, die meestal niet hier is geboren, de huishoudelijke taken uit. Helaas zijn er ook veel gezinnen waar de beide ouders geen job hebben. Mijn vader zakte op zijn elfde naar Antwerpen af, terwijl zijn vader hier al langer verbleef. Hij heeft slechts tot zijn zestiende gestudeerd en ging meteen aan de slag in een bedrijf. Mijn moeder was huisvrouw. Dat was het vaste patroon bij veel van de kinderen van onze doelgroep: papa is twaalf uur van huis weg en mama spreekt weinig tot geen Nederlands en houdt zich met de kinderen bezig. Er is dus een opvoeding op het niveau van de basisbehoeften maar veel van deze papa’s en mama’s weten te weinig af van de school van hun kinderen.’

Ik vind dat jongeren te weinig vrijheid krijgen om te spelen
Dit is het eerste aandachtspunt dat Ahmed Sababti aanstipt. Hij wijst op een gedeelde verantwoordelijkheid: ‘Waarom zit het BSO vol met kinderen met een migratie-achtergrond? De ouders houden er zich enerzijds te weinig mee bezig. Anderzijds worden jongens en meisjes met Afrikaanse roots te snel bestempeld als onhandelbaar. Terwijl ze een ander temperament hebben dan de Belg, die meer bescheiden en beredeneert reageert. Kinderen van Marokkaanse afkomst zijn vurig en zullen al eens sneller tegen de leerkracht zeggen och kom jom. Het is een manier van doen maar men krijgt er wel een stempel door. Ze gedragen zich soms op straat luidruchtig. Maar zo gaan ze met elkaar om. Met Kras leren we hen dat iedereen zichzelf mag zijn. We geven de kinderen de vrijheid en de ruimte om te spelen. Dat mag best gepaard gaan met wat lawaai en met fysiek contact. Dat hoort toch bij het spel? Ik stel vast dat kinderen tegenwoordig geen kinderen meer mogen zijn. De tolerantie voor het typische gedrag van de jeugd ontbreekt tegenwoordig bij veel volwassenen. En dat is jammer.’


Ik geloof in kennis van het Nederlands als eerste stap naar integratie


Ahmed komt met een verrassend pleidooi voor out-of-the-box-denken. Verandering ontstaat volgens hem pas als taboes aan verschillende kanten worden doorbroken.
‘Kijk, ik heb ouders gemist met kennis van zaken. Die kennis leer je enkel met een beter integratiemodel. Ze kwamen destijds naar België omdat men hier werkkrachten vroeg. Maar men hielp hen niet met de integratie. Een eerste vereiste is voor mij dat de ouders Nederlands leren. De taal is zeer belangrijk. Stel dat ik in Spanje wil leven, dan zal ik mij meteen op de Spaanse taal storten. Zo kan men beter deelnemen aan de samenleving.’

Ik ben voorstander van ouderparticipatie


Naast kennis van de plaatselijke taal wijst Ahmed ouderparticipatie als tweede element aan om naar een oplossing voor achterstelling te evolueren. Hij verwijst naar de eigen ervaringen in zijn jeugd.
‘Ik kom een warm nest met zes kinderen. We hadden het niet breed maar ik was altijd goed gekleed, ging naar school en betaalde op tijd mijn clubgeld. Maar mijn vader kwam nooit naar de wedstrijd kijken. En dat heb ik gemist. Ouderparticipatie is cruciaal. Ik doe het alvast want ik wil deel uitmaken van elk aspect van het leven van mijn kinderen. We volgen hen goed op en als mijn zoon of dochter aan een activiteit wil deelnemen, dan zal ik daarbij aanwezig zijn. Zelf diende ik alles alleen te doen. Ik heb tot op zekere hoogte begrip voor zogenaamde
‘hangjongeren’. Ik hou niet van deze term omdat van mij iedereen zijn vrije tijd mag invullen zoals hij wil maar altijd binnen het wettelijk kader. Vandalisme verwerp ik met klem. Het programma van onze Belgische vrienden wordt echter volledig ingevuld door hun ouders: op maandag naar het volleybal, op dinsdag naar de muziekles enzoverder. Ze plannen het leven van hun kinderen. Dat is bij onze doelgroep minder het geval maar ik zie het gelukkig wel meer ontstaan bij mensen met een migratie-achtergrond in de middenklasse.’

Ik stimuleer dat nieuwkomers zélf initiatief nemen


Ahmed wil hier niet bij de pakken blijven zitten. Hij blijft naar eigen zeggen duwen bij de ouders die zich aan de onderkant van de samenleving bevinden: ‘Ook bij hen moet zich de wil ontwikkelen maar zij stellen vaak andere prioriteiten. Ze vertellen me dan: “Mijn zoon is altijd proper. Zijn boterhammendoos zit vol en hij gaat toch naar school? Wat is dan het probleem?” Ik verduidelijk hen dat ze meer kunnen doen: “Leer uw kinderen naar de bibliotheek gaan.” Met Kras vullen we de vrije tijdsbesteding in: zwemmen, sportactiviteiten op het plein, culturele uitstapjes zoals een bezoek aan het museum. Kras bouwt bruggen voor onze doelgroep die weinig feeling heeft met de rest van de samenleving. Wij brengen hen naar plekken waar ze anders nooit komen. Maar zij moeten ook zelf initiatief nemen, hun leven in eigen handen nemen én wij begeleiden hen daarbij. Ik geef steeds het voorbeeld van onze kinesist bij Futsal Topsport Antwerpen: hij vluchtte op zijn twaalfde vanuit Afghanistan naar België en heeft vandaag op zijn 28 ste een eigen praktijk. Dat noem ik een succesverhaal dat navolging verdient.
Het is pittig discussiëren met Ahmed. Hij geeft niet af en confronteert je voortdurend met nieuwe inzichten. Zoals gezegd: die intelligente overtuigingskracht van Zidane heeft hij zich eigen gemaakt. Ik onthoud zijn oproepen voor taalkennis, ouderparticipatie en zelfredzaamheid in het integratieproces. En voor meer speelmogelijkheden voor jongeren.
Morgen verschijnt deel twee van ons gesprek.

Deel 2: Verhaal van Ahmed Sababti

Op stap met Ahmed, voetballende jeugdwerker van
Kras Antwerpen


In deel twee met het gesprek van Ahmed Sababti praten we over de harde realiteit van ‘de weg naar het snelle geld’ via het illegaal dealen van drugs en over zijn hardnekkige maar soms uitzichtloze strijd tegen dit gegeven. Tegelijk blijft hij hoopvolle inzichten aanreiken zoals zijn pleidooi voor een individuele begeleider voor elk kind in en buiten de school. En zijn geloof in de bal als alternatief voor het slechte pad. Met Zidane als inspiratiebron.

Door Raf Willems

Ik wijs drugs radicaal af en bied de jeugd een ander toekomstperspectief


Ik leg Ahmed op de man af de vraag voor: hoe reageert hij als hij een jongere van zijn doelgroep ziet wegschuiven in de richting van de criminaliteit? Hij diept zijn abc op: ‘Ik voer eerst een persoonlijk gesprek. Ik tracht het kader in beeld te krijgen en zoek waar het slechte gedrag vandaan komt. Ik bestudeer de thuissituatie. Steelt iemand bij gebrek aan middelen? Dan toon ik aanvankelijk een beetje begrip maar ik zal deze persoon meteen doen inzien dat men met het plegen van diefstallen compleet op het verkeerde pad zit. Ik geef hem aan dat de focus moet gelegd worden op een goede opleiding of een sportieve carrière. Ik bied hen dus een duidelijk toekomstbeeld aan.’ Klare taal maar toch kijkt Ahmed ook een beetje somber naar de huidige toestand. Hij geeft toe onomwonden toe dat zijn aanpak soms ook faalt. Hij wijst met de vinger drugs aan als oorzaak: ‘Ik kan niets veranderen als bij een jongere in het hoofd zit dat hij onmiddellijk geld nodig heeft. Dan stappen ze in de scène van de verkoop van drugs. Omdat die gemakkelijk te verkrijgen zijn. Vooral omdat veel mensen ze gebruiken. In het Antwerpse rioolwater heeft men de hoogste graad cocaïne van Europa gemeten. Met andere woorden: men kan die drugsdealers wel aanpakken maar zolang er mensen zijn die het geld bezitten om de verdovende middelen te kopen, blijft dat gesneden brood voor die gasten. Want die inkomsten kunnen ze nooit verdienen met een maand hard te werken. Ze hebben het er zelfs voor over om enkele maanden in de gevangenis te zitten. Deze gasten raken verblind door het geld en voor een jeugdwerker is het bijzonder moeilijk om daar tegen op te boksen.’


Ik leer hen inzien dat ze op een eerlijke manier hun brood kunnen verdienen


Ondanks de moeilijke situatie gaat Ahmed de confrontatie niet uit de weg. Hij formuleert kritische bedenkingen bij de ‘war on drugs’ maar tegelijk voert hij zijn persoonlijke strijd om jongeren van deze misdrijven weg te houden: ‘In mijn tijd bestond er nog een taboe op drugs. Deed men toch mee met de handel, dan was dat ver uit het zicht van iedereen. Want niemand mocht het weten of je kreeg een flink pak rammel. Vandaag is het verhandelen van drugs sociaal geaccepteerd. Het is een job geworden als een andere. Je gaat het dus nooit kunnen opkuisen, enkel verminderen. Vanuit Kras bedachten we een afgelijnd kader voor deze jongeren. Ik spreek hem met scherpe argumenten aan en waarschuw hen dat dit geen verhaal is van eeuwige roem. Integendeel: wie in dit milieu wil vertoeven, moet weten dat er geen happy-end bestaat. Of je vliegt achter de tralies of je eindigt onder de grond. Het drugsmilieu gedraagt zich immers met de dag harder. De afrekeningen worden steeds extremer. In Amsterdam hakt men je kop eraf en dropt men die op de stoep voor de deur van je familie. Ik wijs de jongeren op deze gebeurtenissen in de hoop om hen zo de ogen te openen. Ik leer hen inzien dat ze op en een eerlijke wijze hun brood kunnen verdienen. Op voorwaarde dat ze hun talenten ontplooien. En tevens geef ik hen mee dat je niet financieel onafhankelijk hoeft te zijn. Geld maakt gemakkelijk maar niet altijd gelukkig.’

Ik pleit voor een individuele begeleider voor elk kind in en buiten de school


Soms lijkt zijn job een beetje op ‘vechten tegen windmolens’ en daar houdt deze temperamentvolle ‘voetballende jeugdwerker’ niet van. Hij wil resultaten zien. En die blijven al eens achterwege als gevolg van het gebrek aan middelen. Het ontlokt hem volgend ferm standpunt: “Het succes van een organisatie als Kras staat of valt met investeringen in het onderwijs en het jeugdwerk. Dat gebeurt vandaag te weinig. Want de jeugd is de toekomst en die heeft nood aan een rooskleurig beeld. Een mooie toekomst, die kennen onze gasten helaas niet. Veel van onze jongeren leven in huizen waar ze met vier of mensen op één kamertje slapen. Hoe moeten die kinderen studeren? Dat lukt niet. In zo’n omstandigheden is het onmogelijk om op een fatsoenlijke wijze huiswerk te maken. Dus spijbelt men de dag nadien. En buist men voor zijn toets en krijgt men een standje want de meeste leerkrachten zijn niet op de hoogte van deze vaak schrijnende toestanden. Ze handelen hun les af en laten de jongeren die niet meekunnen vaak gewoon achter. Daarom ben ik voorstander van een individueel traject in het onderwijs. Dat is voor mij de belangrijkste stap naar een oplossing: individuele coaching. Geef elk kind een persoonlijke begeleider! Ook buiten de school. Want er lopen jongeren chagrijnig rond bij gebrek aan goede nachtrust. Slaap je met drie mensen op één kamer en één van hen is ziek, dan reageer je de dag nadien prikkelbaar op school en voor je het weet heb je een straf aan je been. Daarom ben ik van oordeel dat men de volledige situatie van elk kind onder ogen moet zien. Waar komt bepaald gedrag vandaan? En vanuit dat totaalbeeld werkt men naar een goede oplossing toe.’

Ik gebruik de bal om jongeren een alternatief te bieden


Ik laat deze opmerking van Ahmed even bezinken maar kom snel tot de vaststelling dat ik het met hem eens ben. Hij sluit zijn boeiende verhaal af met enkele verwijzingen naar het sociale belang van het voetbal: “De bal heeft ervoor gezorgd dat ik in mijn jeugd niet op het slechte pad ben beland. Op mijn veertiende werd ik benaderd door een oudere gast uit de buurt in Borgerhout. Die vroeg me om voor hem drugsloopjongen te worden. Hij bood me flink wat geld per dag. Ik liet me gelukkig niet beïnvloeden. Dat was dankzij het voetbal. Ik wou immers profspeler worden. En ik zag dat dit later veel deuren voor me opende. Ik verwijs onze jonge gasten ook steeds naar Radja Nainggolan. Hij groeide op dezelfde plaats als hen op. En hij klom vanuit het niets naar de wereldtop. Er zijn veel schakeringen mogelijk. Laat ons praten over wat ons verbindt in plaats van over onze verschillen. Voor mij bestaat integratie uit drie dingen: de taal leren, je aan de wet houden, respect hebben voor elkaar. En ik weet beter dan wie ook dat het voetbal daar een stimulerende rol kan spelen.’
Duidelijk zo. Ik begrijp nu de manier waarop Kras in het Antwerpse buurten waar
‘maatschappelijke uitsluiting’ dreigt, zoals men het zelf zegt, jongeren in hun groei naar volwassenheid begeleidt. Ahmed haalt zijn inzichten bij Zidane: intelligentie én confronterend leiderschap. Als ik opwerp dat Xavi voor mij de beste middenvelder aller tijden is, zijn we opnieuw vertrokken voor een discussie van een kwartier.

Frank Valkeneers

City Pirates Antwerpen

Deel 1: Verhaal van Frank Valkeneers

Op stap met Frank, ondervoorzitter & sportief directeur van City Pirates
Liefde. Vriendschap.

Gezondheid. Dat is wat hij als ‘de essentie van het leven’ beschouwt.
En voetbal.
De mens achter deze verfrissende gedachten ontmoet ik in een hotel aan de rand van Borgerhout. Hij komt van de Noorderlaan waar zijn bedrijf EPMC is gevestigd. Frank Valkeneers (1965) is sportief directeur van City Pirates en hij verhandelt ‘bedrijfsmatig vastgoed’. Hij volgde een opleiding
‘Bachelor Marketing’ en ‘Master in Real Estate’ aan de Antwerp Management School. Hij groeide op in Deurne waar zijn ouders een krantenwinkel hebben uitgebaat. Hij specialiseerde zich in ‘business to business’: reconversie van grote industriële sites die moeten worden omgebouwd naar kleinere eenheden. EPMC heeft het begrip ‘sociaal engagement’ – via steun aan City Pirates – opgenomen in haar mission statement.

Door Raf Willems

Hij specialiseerde zich in ‘business to business’: reconversie van grote industriële sites die moeten worden omgebouwd naar kleinere eenheden. EPMC heeft het begrip ‘sociaal engagement’ – via steun aan City Pirates – opgenomen in haar mission statement.Zelf voetbalde Frank in zijn jeugd bij achtereenvolgens Rochus Deurne, Antwerp en Belgica Edegem. Hij stopte op zijn achttiende. Later trok hij toch terug de schoenen aan op ‘veteranenleeftijd’ en schreef zich in bij een Merksemse amateurvereniging. Hij werd er trainer en bestuurder en volgde zijn zoon naar derdeklasser Kapellen. Hij nam er de taak op van jeugd- en ondervoorzitter maar trok in 2012 toch met hem mee naar het toenmalige SC Merksem. En daar vond hij zijn bestemming en hij bleef er hangen: ondervoorzitter met als bevoegdheid ‘het sportieve’. Met een uitdaging die veel verder reikt dan het puur sportieve. Zijn keuze voor het ideaal van City Pirates werd ook bepaald door gebeurtenissen in zijn persoonlijk leven.


Ik leerde een les uit negatieve ervaringen: verlies nooit de hoop!


‘Het verhaal van voorzitter Michel Pradolini sprak mij enorm aan: meer dan voetbal. Intussen veranderde men de naam in City Pirates. Men gebruikt de club en het spel om mensen in de grootstad op sociaal gebied vooruit te helpen. Dat is uniek. Ik was gelukkig hier deel van uit te maken. Michel vroeg me om toe te treden tot de raad van bestuur. Ik hield die boot af want in 2015 kreeg ik problemen met mijn gezondheid: de ziekte van Kahler, dat is een vorm van beenmergkanker. Men begon onmiddellijk met de behandeling maar er ontstonden verwikkelingen: ziekenhuisbacterie! Die bezorgde mij een pseudo-anorisme. Ik belandde op de afdeling hart- en vaatzieken en verbleef er elf weken. Als gevolg van de hartproblemen stelde men de stamceltransplantatie uit tot in maart 2017. Ik vertel dit omdat ik geloof dat deze ziekte mij veel heeft bijgebracht. Alles wat een mens overkomt in zijn leven heeft volgens mij immers een reden. Want het brengt je terug naar de essentie: liefde, vriendschap, gezondheid. Ik heb door deze ziekte geleerd dat de zogenaamde rechte lijn als enig weg van punt a naar punt b eigenlijk niet telt. Het is misschien de snelste maar niet de verstandigste. Ik verwierf een nieuw inzicht: geef nooit de hoop op. Ondanks alle negatieve ervaringen die je beleeft, bestaat er toch altijd een mogelijkheid om opnieuw op te klimmen. Er is altijd een tweede kans: wij vallen om te leren hoe je terug moet opstaan. Dat is de kracht die uit ik uit deze ervaringen heb geput. Hoe ouder men wordt, hoe meer kracht zelfs. Op voorwaarde dat je de nodige steun hebt van anderen die u helpen dat in te zien. En die anderen heb ik gevonden bij City Pirates. Daarom besloot ik om iets terug te geven aan deze prachtige club.’


Ik wil dat onze sociale filosofie doordringt tot in alle geledingen van onze club


Ik werd even stil van het verhaal dat Frank in alle openheid over zijn ziekte vertelde. En ik vond het eigenlijk zeer mooi dat die ingrijpende gebeurtenis hem tot zijn dieper en duurzaam engagement voor City Pirates inspireerde. Er liggen nog veel uitdagingen te wachten. Dat beseft hij als geen ander want de club is nog aan het bekomen van de metamorfose – van vierhonderd naar duizend deelnemers – die ze op korte tijd onderging.


‘We proberen het publiek van City Pirates een nieuw doel te geven in hun leven. We bieden hen daarom een verhaal dat we koppelen aan het voetbal. Ze komen uit zeer kansarme middens maar dankzij voetbal krijgen ze een platform. Wij richten onze werking op dit uitgangspunt. Daarom zitten in onze sportieve cel ook de technische, financiële, communicatieve medewerkers en de ombudsman. Op die wijze vermijden we een eilandjesmentaliteit en bekomen we dat onze filosofie in alle geledingen van de club doordringt. We worstelen op dit ogenblik vooral met onze interne communicatie. Ons ledenaantal groeide op korte termijn van vierhonderd over zevenhonderd naar duizend. Dat was het gevolg van het feit dat we onze werking hebben verplaatst naar verschillende plaatsen in Antwerpen. Op vraag van het stadsbestuur begonnen we op Linkeroever met een nieuw verhaal. Ook Luchtbal bliezen we nieuw leven in. We openden een recreatieve afdeling van het KVVV en een samenwerking met Olympic Deurne. Daarnaast zetten we in op zowel meisjesvoetbal als G-voetbal. Dat betekent dat onze organisatie op korte termijn veel groter is geworden maar de ‘kop’ is klein gebleven. We moeten leren denken in andere structuren en in nieuwe vormen van communicatie.’


Andere structuren en nieuwe vormen van communicatie. Change! Dat is nooit vanzelfsprekend. Frank Valkeneers wil de bewaker zijn van deze visie en hoopt die met zijn zeer veelzijdige ‘sportieve cel’ in de nabije toekomst te stroomlijnen voor zijn City Pirates. Morgen verschijnt deel twee van dit gesprek.

Deel 2: Verhaal van Frank Valkeneers

Op stap met Frank, ondervoorzitter & sportief directeur van City Pirates.


In deel twee van het gesprek met Frank Valkeneers praten we over de mogelijkheid van het voetbal om iets aan de kansarmoede in de stad te verhelpen. En over het unieke karakter van het ‘sociaal-sportieve’ model van City Pirates. Ik val meteen met de deur in huis en peil Frank naar zijn reactie als spelers toch vragen stellen bij dit model.

Door Raf Willems

Ik geloof rotsvast in onze 25-75 procent regel: 25% voor het sportieve en 75% voor het sociale


‘Onze kijk op de financiële invulling is anders dan die van de andere voetbalclubs. We zijn uniek in België omdat we slechts voor 25% op het sportieve inzetten. Onze spelers hebben geen keuze: ze weten dat er geen ruimte zal zijn voor een hoger budget. We hebben bovendien niet de ambitie om te promoveren. Integendeel: we investeren momenteel volop in een nieuw jeugdcomplex op de Rozemaai. Daar zoeken we drie miljoen euro voor. Onze energie en middelen steken we dus liever in dit jeugdcomplex. We beschouwen ons eerste elftal als uithangbord voor onze duizend jongeren zodat die weten waar ze naartoe willen. We worden nog te vaak gepercipieerd als voetbalclub en te weinig als een sociaal-sportief project. Zo ziens wij onszelf. Maar de overheid stapt niet steeds mee in die zienswijze. Ik zeg u bij deze: City Pirates is tegelijk een voetbalclub én een sociaal project. Dat is niet hetzelfde als een
‘geitenwollensokkenmentaliteit’ van ‘alles kan hier’. We maken duidelijke afspraken: we eisen dat iedereen op tijd komt bij voorbeeld. En de voertaal is Nederlands. Daar is geen debat over mogelijk. De gemeenschappelijke taal geeft mensen met verschillende achtergronden de kans om dingen samen te doen. En om zich waar te maken op de arbeidsmarkt en in het leven. Dat betekent niet dat men de eigen moedertaal hoeft te verloochenen.’

Ik wil via het City Piratesmodel de kloof van de kansarmoede helpen dichten


Ik ben onder de indruk van het enthousiasme waarmee Frank zijn verhaal slijt. Dit is een beetje ongewoon uit de mond van een bedrijfsleider. Met die twijfel maakt hij snel korte metten. Hij weet zélf waar hij vandaan komt: uit een gezin van hardwerkende kleine middenstanders. En tevens draagt hij maatschappelijke verantwoordelijkheid hoog in het vaandel.
‘Wie het goed heeft, mag best zijn nek uitsteken voor zijn minder fortuinlijke medeburger. En zo lopen er in Antwerpen helaas meer dan genoeg rond. Vooral bij de jeugd. Ik ben van mening dat het verwachtingspatroon van de samenleving ten aanzien van jongeren veel te hoog ligt. Kijk naar het gebruik van antidepressiva. Dat geldt ook voor het voetbal. We moeten jongeren die de top niet halen beter mentaal begeleiden en hen verduidelijken dat een stapje terug zetten geen probleem hoeft te zijn. Bij City Pirates mikken we op de ontwikkeling van de jeugdspelers. We bieden hen de kans om door te stromen naar het eerste elftal. Voetbal is onze motor maar het sociale is onze brandstof.’
Ik knik goedkeurend maar werp toch op of dit niet meer is dan een goedbedoelde slogan. Frank duwt even het gaspedaal van in schakelt over op zijn enthousiaste zelf.
‘Wij vormen bij City Pirates een gemeenschap. We willen onze jeugd een toekomst geven. We begeleiden hen ook naar tewerkstelling in de haven door samen te werken met Cepa, de organisatie die de havenarbeid en goederenbehandeling regelt. We merken dat er een tekort is aan havenarbeiders maar dat mensen van allochtone achtergrond niet de weg vinden. Terwijl zij zich toch vaak in een kansarm milieu bevinden. City Pirates wil het potentieel van het voetbal benutten om deze kloof te helpen dichten. Daarom voel ik mij geroepen om dit te sponsoren, zowel vanuit mijn bedrijf als met mijn persoonlijke inzet. Ik doe dat als hoofd van de sportieve cel en zetel ook in de Foundation. Die controleert de werking van City Pirates en heeft het sociale karakter verankerd. Via de Foundation konden we sponsors aantrekken omdat we hen de zekerheid geven dat driekwart van onze middelen worden aangewend voor het sociale in plaats van het sportieve. Het is onze keus om onze jeugd in het eerste elftal te krijgen. Dat is op dit moment te weinig het geval. Daarom hebben we opnieuw adviesbureau Double Pass uitgenodigd om onze jeugdopleiding te laten doorlichten. We geven onze trainers op alle niveaus een verplichte opleiding en die wordt betaald door de club. Ze krijgen bij ons de ruimte om zich te ontwikkelen. Verlaten ze ons om hogerop te geraken? Dat risico nemen we. C’est la vie. Als organisatie moet je dat kunnen aanvaarden en probeer je beter iets aan te reiken dat uniek is. Het project met name van City Pirates. Die filosofie wil ik blijven bewaken als sportief directeur.’
Die laatste zin klonk bijzonder overtuigend. Frank Valkeneers is iemand die zich voortdurend verdiept en op zoek gaat naar nieuwe denkbeelden die hij vervolgens graag toepast op het eigen leven en werk. Hij wil, zoals hij het zelf noemt, ‘de blingbling’ van de vastgoedsector al eens achter zich laten en vindt dan antwoorden op zijn vragen …bij de muziek van Metallica of in een boek. Zoals ‘De monnik die zijn Ferrari verkocht’. Over een succesrijke advocaat die als gevolg van zijn te drukke leven bijna ten onder gaat aan een hartaanval. Geconfronteerd met zijn lichamelijke beperkingen maakt hij een spirituele reis. Hij herkende zichzelf in dit boek en de lectuur ervan bracht hem terug naar de essentie, zoals hij het zelf zegt: liefde, vriendschap, gezondheid. En voetbal. In de stijl van City Pirates.

Masar Kbyeh

City Pirates Antwerpen

Deel 1: Verhaal van Masar Kbyeh

Op stap met Masar Kbyeh, animatrice van het project ‘Digitale Helden’


Ik spreek met Masar Kbyeh (1992) in het stadscentrum. Ze is de animatrice van het project ‘Digitale Helden’. Vanuit de voetbalclub geeft City Pirates Antwerpen aan kinderen met een achtergrond van kansarmoede de mogelijkheid om kennis te maken met de wereld van de informatietechnologie. Masar studeert vandaag ITC op hogeschoolniveau. Ze volgde als opgroeiend meisje vanuit haar vaderland Irak met de rest van het gezin haar vader in 2008 naar België. Dat was even heel spannend want de afstand tussen de rustige Belgische samenleving en de oorlogssituatie in Irak was bijzonder groot.
Masar kwam op haar zestiende naar de Scheldestad. In deel een van dit gesprek praat ze over haar zoektocht naar integratie in de aangename stad Antwerpen.

Door Raf Willems

Ik zag hoe mijn vader-journalist in Irak met de dood werd bedreigd


‘Ik werd geboren in 1992 in de Iraakse stad Al Muthana. Die ligt in het zuiden van het land in de buurt van Al Bashra en grenst aan Saoudi-Arabië. Mijn vader schreef als journalist voor een dagblad maar was zijn leven niet veilig en ontvluchtte zowel de oorlog als het regime in 2006 en vestigde zich in Antwerpen. Onze familie volgde in 2008. Mijn leven in Irak verliep uiteraard heel anders dan hier. We vertoefden in een oorlogssituatie. Het was moeilijk om naar school te gaan. Mijn vader schreef toen voor de krant Al Sabah, dat betekent in onze taal ‘De Morgen’. Hij publiceerde voornamelijk over sociale en maatschappelijke problemen. Vooral in opiniërende zin waardoor hij al eens op zere tenen trapte. Voor een journalist was het leven gevaarlijk in Irak. Ze worden vaak opgepakt en gefolterd. Onder het bewind van Saddam Hoessein was er helemaal geen vrije pers maar onder de zogenaamde
‘nieuwe democratie’ na de val van Saddam eigenlijk ook niet. Vader kreeg, als hij weer eens de waarheid had geschreven, vaak doodsbedreigingen over zich heen. Het werd voor hem te gevaarlijk om te leven en ook voor zijn gezin. Daarom vroeg hij politiek asiel aan in België. Mijn moeder gaf les in het Arabisch, de moedertaal van Irak. Zij en de vijf kinderen volgden mijn vader twee jaar later naar België.’

Ik zie hoe mijn moeder-lerares in Antwerpen werkt als schoonmaakster


Het gezin Kbyeh vestigde zich aan het mooie Te Boelaerpark op de grens van Berchem, Deurne en Borgerhout. En dat bleek aanvankelijk best mee te vallen maar de medaille heeft ook een keerzijde.
‘Er volgde een hele aanpassing voor ons maar de bewoners hielpen ons meteen. Onze buurvrouw was een schrijfster en leerde ons Nederlands. Dat deed ons deugd. We voelden ons welkom in Antwerpen. Een andere buurvrouw was een alleenstaande vrouw op leeftijd. Ze had geen gezin en we nodigden haar elke vrijdagavond uit om thee te drinken. We noemen haar oma. Ook op christelijke feestdagen vragen we haar. Een andere buurman is acteur en zijn vrouw werkt als directrice van een theatergezelschap. Ze schonk ons geregeld kaartjes voor toneelopvoeringen. Ik begon school te lopen aan de Plantin Morestuslei en volgde bij OKAN een taalcursus voor nieuwkomers. Later koos ik voor de richting informaticabeheer. Ik studeer deze richting nu op hogeschoolniveau. Momenteel werkt mijn moeder in de schoonmaakbranche. Mijn vader heeft geen job gevonden. Hij schreef een boek over de geschiedenis van Mesopotamië. Dat werd in het Arabisch uitgegeven maar hij verdiende er geen cent aan. Mijn ouders kunnen in België niet aan de slag volgens hun kwaliteiten en dat zorgt voor frustratie. Voor ons is dat ook niet gemakkelijk. Ik zag hoe papa vroeger floreerde in zijn job en dat vandaag niet langer kan waarmaken.’


Ik draag soms een hoofddoek maar mijn zus vindt me mooier zonder


Masar diende zelf een aantal moeilijke periodes te overwinnen. Vooral omdat zij eigenlijk niet naar België wilde komen en veel liever in Irak hoopte te blijven.
‘Als het lot passeert om te sterven, dan is dat zo. In België is het leven veilig en kan ik tussen twee mannen zitten praten. Dat zou in Irak onmogelijk zijn. Ik stam uit een moslimfamilie. De mentaliteit van de mensen in Irak is dat de vrouw niet dezelfde rechten heeft als de man. Wanneer een jong meisje een vriend heeft mag dat niet getoond worden. In sommige streken zou ze zelfs vermoord worden. Mijn mama mocht niet alleen naar buiten. Als kind vind je dat dan normaal. Je moet het zelfs aanvaarden want als je dat niet doet, zelfs al doe je niets verkeerd, dan bekijkt men je met een scheef oog. Vandaag ben ik blij omdat ik bijna helemaal geïntegreerd ben. Mijn moeder draagt een hoofddoek, mijn zus niet maar ik wel. Daardoor voel ik me meer moslima. Ik voel me beter met een hoofddoek. Die toont mijn identiteit zoals ik die op dit moment ervaar en dat vind ik leuk. Ik heb de hoofddoek niet altijd gedragen en eis ook niet op om hem overal te dragen. Ik doe hem de ene keer wel aan en de andere keer niet. Ik laat me niet blokkeren door de hoofddoek: als ik later afgestudeerd ben en het mag niet om hem te dragen op de plaats waar ik werk, dan is dat voor mij geen probleem. Ik ben steeds religieus geweest maar ik bid geen vijf keer per dag. Vasten doe ik wel altijd. Mijn moeder en mijn zus zeggen me dat ik mooier ben zonder hoofddoek. Dat geloof ik ook wel maar het gaat mij om het gevoel.’
Morgen verschijnt deel twee van dit gesprek met Masar Kbyeh. Ze kreeg op jonge leeftijd al enkele dillema’s voor de kiezen die de meeste Belgische jongeren zich niet meteen kunnen voorstellen. Zoals: hoe verscheurend is de keuze om je land-in-oorlog achter te laten? Hoe moeilijk is het om vast te stellen dat je intelligente ouders in het nieuwe land niet dezelfde beroepsmogelijkheden bezitten? En waar ligt de grens tussen schoonheid en spiritualiteit voor een opgroeiende meid? En welke rol speelt voetbal in dit verhaal? Lees het morgen dus in deel twee van dit gesprek.

Deel 2: Verhaal van Masar Kbyeh

Op stap met Masar Kbyeh, animatrice van het project ‘Digitale Helden’


In de vorige aflevering vertelde Masar enkele beklemmende dingen over zaken waar ze al op jonge leeftijd mee werd geconfronteerd. In deel twee praat ze over haar engagement met de City Pirates.

Door Raf Willems

Ik geef kinderen met Digitale Helden kansen om hun kwaliteiten te ontdekken


‘Ik help bij City Pirates voor het project
‘Digitale Helden’ ’. De club zocht iemand met IT Skills en animatorachtergrond om kinderen te begeleiden. Ik werkte eerder vier jaar als vrijwilligster en jobstudent in de jeugddienst van Borgerhout. We organiseerden activiteiten voor kinderen tijdens de schoolvakanties. Ik leerde door te praten met kinderen beter de Nederlandse taal kennen. Met ‘Digitale Helden’ hebben we elke woensdagnamiddag een sessie in respectievelijk Merksem, Luchtbal, Linkeroever. We helpen de kinderen programmeren: elke kind heeft een eigen laptop en kan zijn eigen game maken. Onze doelgroep bestaat uit kansarme kinderen. Ze bezitten veel kwaliteiten maar kunnen die niet ontwikkelen bij gebrek aan laptop. De deelnemers hoeven geen lid te zijn van City Pirates. Het is wel een activiteit van de club op de infrastructuur van de club. We gebruiken soms voetbalspelletjes binnen de ICT-les. Van oktober tot december hebben we meer dan honderdvijftig deelnemers gehad. We zijn tevreden als we zien dat de vaste groep elke week present is, als we merken dat we het verschil maken en dat er voldoende passie in de beleving zit. We blijven de afhakers opzoeken en motiveren. Dit is een zeer moeilijke doelgroep want deze kinderen hebben een zeer lage organisatiegraad. Hun ouders komen niet naar de lessen om dat mee op te volgen. Dat stellen we ook bij het voetbal vast: een lage graad van betrokkenheid van de ouders. We hopen om dat te kunnen veranderen.’


Ik propageer om ‘samen fantastische dingen te doen’


Tijdens haar activiteiten ontdekte ze dat jongeren met een achtergrond van kansarmoede soms op het zogenaamde verkeerde pad belanden. Ze stelde ook vast dat projecten als ‘Digitale Helden’ dit kunnen verhinderen. Daarom pleit ze voor minder maatschappelijk cynisme en meer samenwerking, vanuit de mogelijkheden die het voetbal bieden.
‘Samen doen we fantastische dingen! Ik zie dat veel jongeren het verkeerde pad kiezen. Dat kan gedeeltelijk worden opgevangen door onze activiteiten. Het voetbal maakt geen scheiding op basis van afkomst, geloof en kleur. Onze kinderen bij City Pirates maken dat verschil niet. Waarom moeten ze dat dan wel ervaren op straat? Ik roep op om ‘samen mensen te zijn’. Als moslima heb ik dezelfde problemen als anderen. Ik ben ook tegen terreur en kan er evengoed het slachtoffer van worden. En dat ‘samen mensen zijn’ kunnen we aanpakken via een project als ‘Digitale Helden’ en via het voetbal.’ 

Ik heb een zwak voor spelers die vanuit de armoede de wereldtop bereikten


Masar heeft ook een uitgesproken visie op voetbal. Ze houdt enerzijds van ‘mooi spel’ en anderzijds van voetballers ‘met een duister kantje’. Omdat dezen het vaak vanuit een zeer moeilijke situatie hebben waargemaakt.
‘Ik lees graag boeken. Literatuur en over de wereldpolitiek. Ik doe graag leuke dingen met mijn vrienden. Gewoon rondlopen in de stad en babbelen, eten, drinken. Ons amuseren in gemengd gezelschap van jongens en meisjes. En ik hou van voetbal. Ik kijk graag naar Barça. Luis Suarez is mijn favoriete speler. Hij heeft een speciaal karakter. Ik heb een zwak voor voetballers die zijn opgeklommen uit een zeer armoedig milieu en het hebben gemaakt tot wereldtopper. Mijn broer is fan van Real Madrid. Wij kijken samen naar de Clasico. Diegene die verliest begint te vechten. Na de 0-3 van Real – Barça in december 2017 was het weer van dat. Ik zei hem: ‘Hallo, goeiemorgen 0-3.’ En dan vindt hij altijd wel een reden om uit te leggen waarom Real het niet kon halen van Barça. Maar de waarheid toont gelukkig dat het vaak andersom is: Barça is gewoon de betere van Real. Met dank aan Suarez.’
Als ik Masar vertel dat ‘El Pistolero’ zijn weg bij FC Barcelona pas echt had gevonden nadat hij maandenlang in behandeling ging bij een therapeut schiet ze spontaan in de lach. Het doet haar respect voor Suarez slechts toenemen.
Ik noteer vooral haar oproep om ‘samen mensen te zijn’. Onder meer via haar voetbalverhaal ‘Digitale Helden’. Dat in december zelfs een bezoek kreeg van minister Alexander De Croo. Meer informatie vindt u via deze link: www.citypirates.be

Manu Borges

City Pirates Antwerpen

Deel 1: Verhaal van Manu Borges

Op stap met Manu, de studerende voetballer van City Pirates


Ik spreek af met Manu Emanoel Nascimento Borges (1998) in de binnenstad van Antwerpen. Daar voelt hij zich thuis. Hij huurt er een studentenkamer want hij volgt een opleiding aan de Plantijn Hoge School. Hij werd geboren in Brazilië en kwam op zijn zevende levensjaar met zijn moeder naar België. Zij vond de liefde bij een Antwerpenaar, zijn stiefvader, die zijn vakantie had doorgebracht in het land van het futebol arte. Manu Borges speelt in het eerste elftal van City Pirates en combineert dat met zijn studies. Dankzij de financiële steun van de sociale cel van de club.

Door Raf Willems

Ik sprak altijd Nederlands op school en nam een woordenboekje mee


‘Ik ben geboren in San Luis do Maranho in de buurt van Fortaleza. Ik kwam naar hier met mijn moeder in 2005. Zij volgde een Belg, mijn stiefvader, die in Brazilië zijn vakantie doorbracht naar Antwerpen. We woonden een tijd in Deurne Noord en verhuisden vervolgens naar Deurne Zuid. Mijn moeder was negentien toen ik werd geboren maar ik heb mijn biologische vader amper gezien. Dus toen ze verliefd werd op een man uit België was dat eigenlijk een normale zaak. In Brazilië bestaan er sterke familiebanden dus werd ik destijds goed opgevangen. Voor mijn moeder was het bijzonder moeilijk om de stap naar België te verwerken. Ze werkt als verkoopster in een kledingwinkel in de buurt van de Meir. In Brazilië had ze een eigen zaak als kapster. Die heeft ze moeten achterlaten. Het aanleren van de taal verliep niet vlot want ze was ouder dan 25. Mij kostte dat geen moeite. Ik leerde Nederlands op zeven maanden tijd. Mijn ouders spraken onderling Frans want mijn moeder studeerde voor we naar België kwamen een tijdje in Frankrijk. Ik sprak altijd Nederland op school en nam een klein woordenboekje Portugees-Nederlands mee om meteen te leren wat ik niet begreep. Men liet me ook opnieuw starten in het eerste leerjaar, omdat ze daar leren lezen en schrijven, terwijl ik de leeftijd had voor het derde, en dat heeft me alleszins goed geholpen.’

Ik kan studeren dankzij het sociale systeem van de City Pirates


Vandaag betrekt Manu dus in het centrum van Antwerpen een ‘studentenkot’. Hij stopte wel met zijn aanvankelijke keuze maar neemt in september opnieuw de draad op.
‘Ik ga dan aan de slag met de richting
‘Internationaal Ondernemen’. Ik kan studeren dankzij het sociale systeem van City Pirates. Ik volgde de opleiding ‘Logistiek’ aan de Plantijn Hoge School met hulp van de medefinanciering van de club. Ze gaven me ook geld voor studieboeken. Dat is haar beleidslijn: onze spelers die vanuit de jeugd het eerste elftal halen, ontvangen ook steun van het sociale project. City Pirates begeleidt de jongere naar een diploma. Men vindt dat wie op het hoogste niveau aantreedt zich als rolmodel moet presenteren. Onze voetballers dienen dus een job te zoeken of te studeren. Daar helpt de club bij want voor haar gaat het om een voorbeeldfunctie. Als een speler van City Pirates zich voor de helft van de tijd met het voetbal bezig houdt en voor de andere helft van de tijd wat zit rond te lummelen, dan toont hij niet hoe het moet. Men verwacht dat je meedraait in de maatschappij. Je hebt geen hier niet te keuzen. Daarmee toont City Pirates dat haar sociale werking niet stopt bij de jeugd maar zich ook verder zet bij het eerste elftal. Ze waren niet gelukkig dat ik stopte met de ‘Logistiek’ maar het bleek uiteindelijk niet de studiekeuze waar ik later de job van mijn leven mee ging vinden. Ik ben me gaan informeren over de andere mogelijkheden en kwam uit bij ‘internationaal ondernemen’. Ik voel me hier veel beter bij omdat je mee de richting van je beroepsleven kunt bepalen. Je mag zelf een zogenaamd ‘small businessplan’ opstarten zodat je er al even van het ondernemerschap kunt proeven. In het tweede en derde jaar volgen er stages zodat je letterlijk even de wereld kunt zien. Ik hou ook van het leren van talen en spreek naast Nederlands en mijn moedertaal Portugees ook Engels, Frans en een beetje Spaans.’

Ik ben het typevoorbeeld van een jongere die kon doorbreken in het eerste elftal van City Pirates


De twintigjarige Manu vandaag speelt sinds zijn zestiende in het eerste elftal van City Pirates. Hij is een zogenaamd ‘jeugdproduct’. Hij voelt zich bijzonder goed in zijn vel bij de club van zijn hart. ‘Ik begon als aanvallende middenvelder maar heb dit seizoen ook regelmatig op de positie van rechtsachter gespeeld. Omdat ik mij er minder en minder amuseerde, vroeg ik de coach om mij daar niet meer te zetten. Ik ben wel het typevoorbeeld van een jongere die is doorgebroken in het eerste elftal van City Pirates. Daar ben ik behoorlijk fier op. Ik hield me aanvankelijk gedeisd in de kleedkamer. Ik was in vergelijking met de andere spelers een schriel ventje. Dat waren echte mannen: baarden, volgroeid, sterk. Ik probeerde snel van hen te leren. De coach stuurde me naar een fitnessprogramma dat de City Pirates ook financierden voor enkele beloftevolle spelers. Dat bracht me body bij. Mijn functie in het elftal is veel jagen op de bal en zogenaamde ‘meters’ maken voor de andere spelers. Youri Tielemans is mijn favoriete voetballer: overheersen op het middenveld, vooraan opduiken en belangrijk zijn voor het elftal, naar dat type speler wil ik uitgroeien. Ik ben een collectief ingestelde speler. Ik werd goed ontvangen door de anderen. In het begin had ik last vanwege de leeftijdskloof maar ik druk spelers van mijn leeftijd op het hart om niet op te geven. Hoe harder men werkt, hoe meer kansen men krijgt. Ik zat een jaar bij Antwerp maar mocht me niet in de nationale jeugdreeksen tonen. We stapten toen met acht spelers over naar City Pirates en we wonnen de titel met de U 17. Van dan af ging het snel voor mij. Ik kreeg mijn kans in de selectie van het eerste elftal. Ik voel me hier bijzonder gelukkig en er leven gezonde ambities in onze groep.’
Wat die gezonde ambities zijn en welke inzichten hij nog met u wil delen, leest u morgen in aflevering twee van het gesprek met Manu Borges, de studerende voetballer van City Pirates.

Deel 2: Verhaal van Manu Borges

Op stap met Manu, de studerende voetballer van City Pirates


Manu Borges speelt in het eerste elftal van City Pirates en combineert dat met zijn studies. Dankzij de financiële steun van de sociale cel van de club. In deel twee van ons gesprek met hem gaan we dieper in op wat hem als mens raakt. In zijn vrije tijd musiceert Manu. Hij presenteert zich als rapper en hiphopper. En daarmee spreekt hij alvast een eigen publiek aan. Muziek als taal van het leven, dat beroert hem. Net zoals het aanbrengen van de winnende treffer in de promotiewedstrijd. Hij huilde toen tranen van geluk.

Door Raf Willems

Ik rap in het Antwerps over het leven in de grootstad


‘Ik schrijf mijn eigen teksten en rap in het Nederlands. Over dingen die ik zelf heb meegemaakt of die mij interesseren zoals het leven in de stad Antwerpen. Ik ben nog maar net begonnen maar heb al vier optredens vast liggen. Ik nam mijn muzikale hobby nooit ernstig tot ik aan de talentenjacht ‘Violencia’ heb deelgenomen. Dat is een beetje vergelijkbaar met The Voice, maar niet in functie van een televisieprogramma. De optredens gingen door in Café Kavka, aan de overkant van het politiebureau, en de finale is op 17 maart 2018 in de Arenbergschouwburg, een zaal waar negenhonderd mensen in kunnen. Bij mijn meer commerciële nummers laat ik het publiek springen en dansen, het is een echte performance. Ik luister graag naar Kanye West en beginnende hiphopbands als The Color Grey en Black Wave. Mocht ik in beide disciplines doorbreken dan zou ik toch voor het voetbal kiezen maar mijn muzikale beleving staat dat voorlopig niet in de weg. Op 10 mei sta ik op hiphopfestival Grinta als FARAO. Dat is mijn artiestennaam. Ik zocht iets met hoog aanzien, dat ook aan God kon worden gelinkt want ik ben gelovig. Een Farao was bij de oude Egyptenaren zowel een koning als een halfgod. De mensen luisterden naar zijn verhalen. Ik wil ook dat de mensen luisteren naar wat ik te zeggen heb. Ik ben sociaal ingesteld. Mijn liedjes dragen ook vaak een boodschap: ik heb bijvoorbeeld liedjes waarbij ik vanuit de ik-vorm over de scheiding van mijn ouders praat. Daarom schrijf ik een brief aan mijn zusje en broertje en pep hen op met de woorden: ‘Laat je hoofd niet hangen, er komen betere tijden. Geef nooit op.’ Het zijn sterke kinderen. Ze begrijpen wat er aan de hand is. Ik vang hen op en bezoek met hen de cinema en speel playstation. Ik troost hen, ook dat is voor mij het belang van muziek.’

’Ik ben katholiek en vind bij God een luisterend oor


Manu ziet zichzelf ook als een spirituele mens. Hij voert wekelijks een wat hij noemt ‘dia-monoloog’ met zijn god en vindt bij hem een luisterend oor. Zelfs voor zaken die verband houden met het voetbal.

‘Ik ben katholiek en bid een keer per week thuis. Ik doe dat op zondag in mijn bed. Dan zeg ik:
“Dankjewel God voor de hele week en voor de simpele dingen.” Dat duurt ongeveer vijftien minuten en het is een soort dia-monoloog met God want hij zegt nooit iets terug. Ik heb wel het gevoel dat ik een luisterend oor heb gevonden. Of dat hij soms ook daadwerkelijk antwoordt met daden. In functie van frisheid voor de match bij voorbeeld. Ik ben ook christelijk in de zin dat ik naastenliefde propageer en goed wil doen voor mijn medemens. Ik zie er het nut niet van in om iemand af te breken. Dat doe ik dus niet. Ik zie het positieve in de mens. Ook bij de ploegmaats hanteer ik deze levensregel. Maar als jagend type moet ik op het veld natuurlijk al eens mijn mond roeren. Nogmaals: ik breek niet af, ik jut wel op. Ik trek de anderen mee. Ik ben een leiderstype in wording zonder negatief te zijn.’


Ik wil iets terug schenken aan City Pirates


Het is zijn ambitie om zich later te vestigen als ondernemer. Daarom zet hij zich voor de volle honderd procent in voor zijn studies, die hij dus met hulp van City Pirates tot een goed einde tracht te brengen. Hij spiegelt zich aan voorzitter Michel Pradolini. Daarmee bedoelt hij dat hij er naar streeft om iets terug te geven aan de samenleving. En in het bijzonder aan de City Pirates zelf: in de eerste plaats in de vorm van prestaties op het veld. Want zoals gezegd in de vorige aflevering: de gezonde ambitie, ze leeft!
‘Ik vind City Pirates een topclub. Je wordt hier als speler zeer goed verzorgd. Ik denk helemaal niet aan opstappen. Zelfs niet bij een fatsoenlijk bod. Ik ben een echte Piraat. Onze groep heeft ook ambitie: stijgen naar 1 ste Amateurs. Dat willen we over enkele jaren realiseren. Het leeft sterk bij ons. Vorig seizoen behaalden we de promotie. Ik bleef acht weken met een blessure aan de kant maar stond er net op tijd terug. Ik zat aanvankelijk nog op de bank maar viel in bij een 2-2 stand in het beslissende duel met Wetteren. In de 88 ste minuut miste ik een kans voor open doel maar drie minuten later had ik alsnog een voet in de winnende treffer. Toen huilde ik tranen van geluk. Wat een opluchting als je eerst de mogelijkheid tot scoren verknoeit maar nadien toch je team op weg zet naar de 3-2. Dat was het mooiste moment van mijn City Pirates-loopbaan. Mocht ik onze club aanbevelen aan een buitenlander dan zou ik zeggen: ‘Zolang jij goed bent voor City Pirates, is City Pirates dubbel zo goed voor jou!’ Ik vind het prachtig hoe ze de kinderen van nieuwkomers opvangen. Als je als mannetje van acht jaar ervaart dat een club jou verwelkomt en zich ook nog eens bekommert om je thuis- en schoolsituatie, dan overvalt je een gevoel van geluk. Het helpt je om je weg te vinden in je nieuwe omgeving. Onder andere daarom ga ik ook altijd na de wedstrijd, ook na een slechte, de supporters groeten. Zeker de jonge gasten die voor een sfeervak hebben gezorgd. Ik vind dit een vorm van erkenning tegenover de mensen die ons door dik en dun steunen.’

Manu Borges heeft dus het karakter van de voortrekker in het veld. En hij beseft als geen ander het belang van de solidariteit van supporters met de spelers. Maar vooral streeft hij twee boeiende levensdoelen na: ondernemerschap én een sterk voetbalverhaal. Het eerste met steun van City Pirates en het tweede vanuit zijn sportieve overgave ten voordele van zijn favoriete club. Ik ben benieuwd!

Matej Majstorovic

City Pirates Antwerpen

Deel 1: Verhaal van Matej Majstorovic

Op stap met Matej, de maatschappelijk werker van City Pirates


Tijdens de Joegoslavische burgeroorlog sloegen de ouders van Matej Majstorovic
(1992) op de vlucht naar Nederland. Ze woonden in het Bosnische Zenica maar waren afkomstig uit Kroatië. Na een weekendje Antwerpen verloor hij zijn hart aan de koekenstad. Hij rondde zijn studies maatschappelijk werk af met een stage bij City Pirates en bleef er hangen. Vandaag begeleidt hij het project op Luchtbal.

Door Raf Willems

Ik ben het kind van een dienstweigeraar in de Joegoslavische burgeroorlog


‘Mijn vader Mladen diende in een tijdspanne van vijf minuten beslissen over onze bestemming. We moesten vluchten voor de oorlog want hij wilde niet vechten. Hij was een dienstweigeraar. Men draaide hem de gevangenis in. Hij kreeg zijn vrijheid op voorwaarde dat hij toch zou toetreden tot het leger. Hij dook echter meteen de wouden in en overbrugde te voet de dertig kilometer die hem scheidden van Kroatië. Gelukkig konden mijn moeder Svetlana en ik ons vrij verplaatsen en vonden we hem nadien terug. Hij geloofde in het oude Joegoslavië en wilde niet vechten voor één van de regio’s. We ontmoetten hem na zijn ontsnapping op een plein waar de bussen stonden te wachten op vluchtelingen. We konden kiezen: Duitsland, Nederland, Zweden, Italië. Hij onderzocht het toekomstperspectief en koos voor Nederland. Ook omdat hij wist dat daar een neef van hem zat. Nederland stond heel hoog aangeschreven als gastvrij land. We reisden met de bus dus naar Nederland. Aan de grens met Duitsland dienden we wel een som geld te betalen om verder te kunnen. Er ontstond paniek. Mijn ouders hadden het geld niet bij zich. Op dat ogenblik was ik als tweejarig jongetje aan het spelen en gooide een balletje tegen de buurman voor ons. Die kon er mee lachen. Hij geraakte in gesprek met hen. Hij was een kok in Duitsland en op hun vraag schonk hij het geld. Die man heeft ons dus gered want anders zouden we zonder twijfel zijn terug gestuurd.’

Ik weet dat Kroaten graag integreren in hun nieuwe maatschappij


De familie van Matej belandde eerst in de buurt van Dordrecht. Daar verbleven ze een half jaar in een asielzoekerscentrum (AZC). Met een ander deel van de familie. Echt nestelen deden ze in piepklein dorpje in Friesland.
‘Toen kregen we bericht om naar Leeuwarden in het wondermooie Friesland te verhuizen. Ze hadden voor ons een huisje gevonden in een klein dorp in Friesland. We kwamen terecht in een huis in rijtjeswoning maar dat had drie slaapkamers en een verdieping. We keken onze ogen uit. We vonden het zo groot dat we dachten dat we het zouden moeten delen met een ander gezin. Het bleek echter voor ons te zijn! Wij konden dat niet geloven want mijn ouders leefden in Joegoslavië op een klein appartementje. Mijn vader was accountant bij een bedrijf. Mijn moeder werkte aanvankelijk in de horeca maar bleef nadien thuis. Een jaar na onze aankomst werd mijn broer Ivan geboren. We voelden ons goed thuis in Friesland. We groeiden op in het dorpje Wolvega, op tien kilometer van Heerenveen. We konden niet anders dan integreren. We hadden geen zogenaamde soortgenoten. Mijn ouders werkten en ze leerden ook Nederlands. Thuis spraken we wel Servo-Kroatisch. Zo ontstond er een soort mengtaaltje. Ik denk dat Kroaten het belangrijk vinden om te integreren en deel uit te maken van de maatschappij. Mijn vader had een zeer rustig baantje in Zenica. Hij sprak weinig maar moest ook niet te hard te werken. Dat veranderde in Nederland waar hij als magazijnier aan de slag ging. Hij kreeg er zowaar spieren van. Mijn ouders verkozen om snel geld te verdienen. Ze lieten de zelfstudie liggen want ze hadden het geld nodig om in Nederland te overleven. Ze hebben het goed voor elkaar gekregen.’

Ik geloof in Bono’s basisidee dat elke mens gelijke kansen moet krijgen


Matej koos voor de sport en ontdekte dat voetbal uitnodigde tot inzicht en teamspirit. Zijn gevoel voor sociale rechtvaardigheid werd bevestigd door de muziek van U2 en Bono.
‘Ik deed veel aan sport en zocht gemakkelijk vrienden. Ik was geïnteresseerd van kindsbeen af in Discovery en National Geographic. Niet in kinderspelletjes. Ik haalde zelden kwajongensstreken uit en was de lieveling van de docenten. De goede jongen. Ik zat tussen alle soorten jongeren: gothics, blanken, buitenlanders. Een klasgenootje vroeg me of ik gothic of hard core wilde zijn. Maar ik schudde mijn hoofd. Ik hoorde nergens bij. Zo zette ik me wel in de voetsporen van de gedachten van mijn vader. Ik voetbalde in de plaatselijk club. Als verdediger, ik stelde me erg positioneel op. Ze noemden me Nesta, naar de topper van AC Milan. Dat was ook mijn favoriete speler. Niet echt snel maar je moest hem wel een keer of drie voorbij. Nesta had het perfecte inzicht: bal wegtrappen of uitverdedigen. Je moet het zien. Het is de waarheid van Johan Cruijff: zo min mogelijk lopen op het veld. Ik Ik geloof in Bono’s basisidee dat elke mens gelijke kansen moet krijgen
Matej koos voor de sport en ontdekte dat voetbal uitnodigde tot inzicht en teamspirit. Zijn gevoel voor sociale rechtvaardigheid werd bevestigd door de muziek van U2 en Bono.
‘Ik deed veel aan sport en zocht gemakkelijk vrienden. Ik was geïnteresseerd van kindsbeen af in Discovery en National Geographic. Niet in kinderspelletjes. Ik haalde zelden kwajongensstreken uit en was de lieveling van de docenten. De goede jongen. Ik zat tussen alle soorten jongeren: gothics, blanken, buitenlanders. Een klasgenootje vroeg me of ik gothic of hard core wilde zijn. Maar ik schudde mijn hoofd. Ik hoorde nergens bij. Zo zette ik me wel in de voetsporen van de gedachten van mijn vader. Ik voetbalde in de plaatselijk club. Als verdediger, ik stelde me erg positioneel op. Ze noemden me Nesta, naar de topper van AC Milan. Dat was ook mijn favoriete speler. Niet echt snel maar je moest hem wel een keer of drie voorbij. Nesta had het perfecte inzicht: bal wegtrappen of uitverdedigen. Je moet het zien. Het is de waarheid van Johan Cruijff: zo min mogelijk lopen op het veld. Ik zong hij over Sunday Bloody Sunday en dan ging ik opzoeken wat het inhield. Het klonk goed in de woorden maar het gaf dus ook een boodschap mee. Vanuit dat basisidee om mensen te helpen, ging ik op zoek naar een job die dicht in de buurt kwam. Ik koos voor de opleiding Maatschappelijk Werk. Eerst in Leeuwarden maar nadien in Antwerpen.’
Hoe hij de stad Antwerpen leerde omarmen en hoe hij het voetbal als hefboom voor sociaal engagement hanteert, leest u morgen in aflevering 2 van het gesprek met Matej, de maatschappelijk werker van City Pirates.

Deel 2: Verhaal van Matej Majstorovic

Op stap met Matej, de maatschappelijk werker van City Pirates


En toen bezochten ze Antwerpen. Met zijn vriendin koos Matej Majstorovic voor een citytrip. Vanuit Wolvega is Antwerpen een hele stap. Arriveren in Antwerpen in dat Centraal Station, wandelen over de Keyserlei en de Meir en de kathedraal zien. Dat was een wow ervaring voor hen.

Door Raf Willems

Ik voelde me meteen verbonden met deze stad!


‘Dat weekend smaakte eigenlijk naar meer. Later keerde ik nog een paar maal terug. Ik voelde me steeds beter thuis en het begon te kriebelen. Het plan rijpte om hier te studeren. Ik kwam meer voor de stad dan voor de studie. Mijn vriendin volgde de opleiding orthopedagogiek en besloot om de overstap met mij te wagen. Zij was minder verliefd op Antwerpen maar ze hield van het avontuur. In Friesland was het te veilig, ik wilde een paar risico’s nemen in mijn leven. In 2014 schreef ik me in Antwerpen in voor mijn opleiding. Ik behield mijn Nederlandse studiefinanciering. Ik verdiepte me in de historie van Antwerpen via…Google Maps. Ik reis door alle straten van de wereld via Google Earth & Streetview. Ik ga eerst door de slechte wijken in Brazilië of India. Om dan vast te stellen dat wij het nog zo slecht niet hebben. Ik blijf die blik op de wereld ontwikkelen. Zo leer ik andere landen kennen en dat vergemakkelijkt het contact.’


Ik wou voetbal met sociaal werk combineren


Vanuit zijn sociaal engagement durft Matej een uur wakker liggen ’s nachts en dan piekeren over wantoestanden. hij reflecteer over hoe hij de wereld kan verbeteren. ‘Ik speelde toen met het idee om het concept van voetbal met sociaal werk te combineren. Ten eerste is voetbal zeer laagdrempelig want het zit in de leefwereld van de jongeren. Voetbal is een manier om te communiceren zonder de taal te leren kennen. Het verbindt mensen met elkaar. We kunnen huisactiviteiten combineren met voetbal. Toen bleek er een club in de wereld te zijn die dit op laagdrempelig niveau deed. Dat was City Pirates. Ik dacht: ik breng iets nieuws in die school. Ik wijs hen op het bestaan van City Pirates. Dat was voor hen ook nieuw en heel uitdagend. Ze wisten er ook niet zoveel van en lieten me doen. Ze gaven me een stage bij City Pirates en ik scoorde achttien punten op twintig. Dat was niet slecht, toch?’

Ik leerde op Luchtbal het echte leven kennen!


Dan kwam zijn kennismaking met het echte leven: hij vond een job die hem naar de velden van City Pirates Luchtbal bracht. Hij fungeert als maatschappelijk werker en als coördinator.
‘Wat voer ik uit? Ik praat met ouders, breng bezoek aan de school, volg huiswerkbegeleiding op en organiseer verschillende sociale activiteiten. We hebben met CP Luchtbal enkel een noodkantine. Een soort container, vier kleedkamers, geen wifi. Het is behelpen op vele vlakken. In de wijk Luchtbal leven twee werelden naast elkaar. Die van de nieuwkomers. Daarnaast, in de rusthuizen en grote blokken zitten de
‘Vlaamse arbeiders’ die intussen met pensioen zijn. Deze twee werelden hebben niets met elkaar. De oudere Vlamingen kijken wantrouwig naar de jonge nieuwkomers omdat er enkele vandalenstreken zijn geweest. De jongeren hebben geen contact met de ouderen. Ze beschouwen hen als racisten. Er ligt veel ruimte tussen de woonblokken dus er is potentie hier. Maar het is wel een vergeten wijk in de stad. Er zijn verschillende organisaties en scholen. City Pirates is de enige voetbalclub van Luchtbal. We spelen in het KVVV met onze jeugd tot U15. De Luchtbalboys van vroeger bestonden niet meer. Wij hebben alles vanaf nul terug moeten opbouwen. Laat nu net alle jongeren willen voetballen hier. Wat gebeurt er dan? De wachtlijst is enorm lang. We hebben dat opgevangen door een recreatieve werking op te zetten. Eén keer in de week wordt getraind met recreatieve deelnemers: vijftig tot zestig kinderen en jongeren tussen zes en vijftien jaar. Dat maakt het soms moeilijk om hen goed bezig te houden. Het leeftijdsverschil is te groot en we hebben weinig coaches. Elke week puzzelen. Onze werking staat open voor meisjes maar er komen enkel jongens. Met een achtergrond uit de hele wereld.’

Ik leer de jongeren dat voetbal een manier is om mensen te verbinden


Bij City Pirates ontdekte Matej dat voetbal een manier is om mensen te verbinden. Daarnaast heeft iedereen zijn eigen normen en waarden.
‘Het is mijn doel om die normen en waar bij elkaar te brengen en een soort nieuwe levenscultuur vanuit het voetbal te ontwikkelen waarin we antwoord geven op de vragen die deze stad heeft. Hoe ga ik om met bepaalde vragen in het leven? Hoe ga ik om met het onderwerp discriminatie? Ik koppel wel terug aan Antwerpen want ik wil dat dit een betere stad word. Ik maak graag verschil op lokaal niveau. City Pirates zouden een afspiegeling moeten worden van Antwerpen. Door met iedereen samen te werken en te laten zien hoe het wel kan. We kunnen wel culturen laten samen werken en we doen dat door het voetbal. Als ons dat lukt als City Pirates, dan zijn we supergoed bezig.’

Ik vind de ouderparticipatie zeer belangrijk!


De ouderparticipatie is bij City Pirates Luchtbal wel problematisch. Als het team van U 15 een wedstrijd speelt, dan staat er amper een ouder langs de kant. Matej wil een antwoord bieden op de vervoerproblemen?
‘Er zijn geen auto’s. beschikbaar. Onze U 15 verplaatst zich met het openbaar vervoer naar de uitmatchen. Het gaat om formele en informele taken die iedereen kan doen. Dat probeer ik via zelfredzaamheid en empowerment. Daarom doe ik aan huisbezoeken. Ik vraag de ouders wat ze nodig hebben om deel te nemen aan onze werking. Sommigen houden het simpel: een sms-je. Anderen proberen een schema te krijgen. Ze vragen de oproep een week vooraf te sturen. Nog anderen zijn benieuwd naar de motivatie van andere ouders. Zonder te veroordelen wil ik weten wat ze nodig hebben om toch betrokken te geraken bij onze club. We ontdekten een nieuwe methode. De schema’s worden aan het begin van het seizoen op elkaar afgestemd voor elk team. In overleg met de ouders. Ze dienen het onderling met elkaar te leren. In samenspraak met de coach. Zo kregen we dus het vervoer in orde. Daarnaast vroegen we of de niet-chauffeurs twee euro in de ‘pot’ stopten. De chauffeurs mogen zelf bepalen of ze dat geld willen. Negen van de tien vragen niets. De afgevaardigden kopen dan met dat geld drankjes in de kantines van de andere clubs.’

Ik wil jongeren opnieuw hoop schenken!


Matej heeft het gevoel dat veel jongeren alle hoop verloren zijn. Ze worstelen met deze levensvraag.
‘In de Antwerpse hiphopcultuur is er een populaire song ‘Ewa-ja’. Dat betekent zoveel als ‘fuck it’. Het is wat het is. Dat raakt me want dat betekent dat ze zich afvragen: kom ik ooit aan de bak? Jongeren maken zich zorgen over de toekomst. Dat is mijn voornaamste bekommernis als maatschappelijk werker: ik wil deze jongeren een toekomstperspectief geven. En hen vragen wat hun droom is? Of ze nog echt geloven in deze wereld? Als ik dan toch een vleugje hoop zie, ben ik te tevreden.’
Matej eindigt met een sterke boodschap. Hij tracht van City Pirates een club te maken waarin jongeren zich zowel sportief als sociaal ontwikkelen. Vanuit zijn slagzin: wees gewoon lief voor elkaar! Hij heeft in Antwerpen het geluk gevonden.

Linda Rusbach

City Pirates Antwerpen

Deel 1: Verhaal van Linda Rusbach

Op stap met Linda Rusbach, verenigingsmanager van City Pirates


Linda Rusbach (1961) ontvangt me op haar 57 ste verjaardag in de kantoren van het Jef Mermans Stadion in Merksem. Als verenigingsmanager van City Pirates is zij het sociale gezicht van de club. Hààr club. Als ‘geboren en getogen Merksemnaar’ zag ze die transformeren van een sterke tweedeklasser (Olse) in de jaren zeventig naar een hulpeloze derdeprovincialer (SC Merksem) rond de eeuwwisseling. En vervolgens ontpoppen tot de stabiele City Pirates vandaag. Daar zette zij mee haar schouder onder. Haar levensmotto: ‘Elk kind, ongeacht kleur of afkomst, moet bij ons kunnen voetballen.’

Door Raf Willems

Ik ontdekte dat veel mensen in de stad eenzaam en hulpbehoevend zijn


‘Ik ben letterlijk opgegroeid in de buurt van het stadion van den Olsé. Spreek uit als volgt: O-L-S-E-E. Ik beleefde de glorietijd van de club. Ze speelden toen nog in tweede afdeling en er lag een piste rond het veld. Ik kreeg den Olsée met de paplepel binnen. Vader supporterde ook voor Antwerp en hij probeerde me te overtuigen met zijn roodwitte sjaal maar ik puberde en verkoos het paars van Beerschot. Vandaag klopt mijn hart slechts voor één club: City Pirates. En dat zal nooit meer veranderen. Op mijn achttiende besloot ik om niet verder te studeren. Ik had mijn diploma middelbaar onderwijs. Ik luisterde niet naar mijn ouders en wilde meteen gaan werken. Ik vond een job in de sociale sector en ging aan de slag met bejaarden. Ik ontdekte dat veel mensen achter hun gesloten deur zitten en nood hebben aan hulpverlening.’ Ze zag toen al veel eenzaamheid in Merksem. ‘Dat greep mij sterk aan maar ik besloot toen om mij volop te engageren. Ik voerde deze job ongeveer 25 jaar uit, tot in 2004.’

Ik liet me snel overtuigen om afgevaardigde van het jeugdploegje van mijn zoon te worden


Linda en haar man, Ronneke, werden in 1992 de gelukkige ouders van hun zoon, Kenny. Hij wilde graag voetballen, zij hield aanvankelijk een beetje de boot af, al roepende tegen haar man: ‘Denk niet dat ik iets wil doen hé, want de weekends zijn voor mij.’ Het tegendeel bleek waar!
‘Hij tekende een aansluitingskaart in 1997, toen hij vijf jaar was. Na de tweede match kreeg ik al de vraag: “Mevrouw, wilt u geen afgevaardigde worden want we hebben niemand voor deze groep.” Daar stond ik! Ze moesten me niet lang overtuigen want ik kan nooit neen zeggen. Ik wil mensen altijd uit de nood helpen. Ik accepteerde dus het aanbod maar begreep onmiddellijk dat dit veel meer inhield dan zomaar wat langs de lijn staan. Integendeel zelfs, het waren vooral andere dingen die op me afkwamen: de kantine regelen, hamburgers bakken, een andere ploeg begeleiden waardoor ik mijn zoon amper zag voetballen. Dat verwijt hij me tot vandaag al lachend als ik zijn voetballerskwaliteiten even in twijfel trek: “Jij moet zwijgen mama want je hebt mij nooit zien sjotten.” Ik kan hem helaas geen ongelijk geven. Tot zijn zeventiende verdedigde hij onze geelblauwe kleuren. Dan koos hij voor het…trainerschap. Dat doen we nog steeds: als we zien dat jongens niet gaan doorbreken in het eerste elftal en willen afhaken, stellen we hen voor om trainer te worden. Mijn zoon en enkele vrienden ontvingen op dat gebied een fantastische opleiding van coördinator Paul Baetens. Op die wijze blijven deze jongens zich inzetten voor de club.’


Ik voelde me meteen thuis bij de visie dat voetbal ook een sociaal fenomeen moet zijn


Met ‘den Olsée’ ging het steil bergaf. Linda zag met lede ogen aan hoe haar favoriete club rond 2004 in financieel verval raakte. De naam Olse werd geschrapt en er werd opnieuw gestart in derde provinciale als
‘Merksem SC’ op de velden van Bouckenborgh.
‘Toen kwam Michel Pradolini op de proppen met zijn nieuwe plan voor onze club. Hij bekeek voetbal als een sociaal fenomeen. Ik voelde me meteen thuis in zijn visie. Hij sprak van een engagement van een jaar of vijf maar dat zijn er intussen vijftien geworden. Hij overtuigde me om de taken van ondervoorzitter en financieel verantwoordelijke te aanvaarden. We tekenden meteen een nieuwe lijn uit: alle kinderen waren welkom bij ons. Daar hebben we hard moeten voor knokken want je kunt zelden alle mensen overtuigen. Er blijven steeds weerstanden. Sommigen noemden ons de makakenclub. We kozen ook voor een duidelijk sportief profiel: bij ons voetbalt de keeper mee, we kiezen voor techniek en creativiteit. Het duurde een tijdje eer we iedereen op dezelfde sportieve en sociale lijn kregen. Ik kreeg vanuit de stad het aanbod om diversiteitsmanager te worden in de buurt rond deze club en dat heb ik met beide handen aangegrepen.’


Ik zag hoe een kind zich afdroogde met een keukenhanddoek en toen greep ik in


Linda koos dus voor het ‘uitdiepen van het sociale aspect’ bij City Pirates. Ze herhaalt daarbij haar slagzin: ‘Elk kind, ongeacht kleur of afkomst moet kunnen voetballen.’ Ze benadrukt dat City Pirates verder wil kijken dan de talentscouting en voor veel meer kiest dan voor het winnen van wedstrijden.
‘Onze club liet onlangs de kwaliteit van de jeugdopleiding screenen. We kregen opnieuw drie sterren. Chapeau voor onze medewerkers die dit met hart en ziel hebben gerealiseerd. Daar ben ik enorm blij mee. Maar ik hoop wel dat ze ook oog blijven hebben voor alle kinderen uit de buurt die willen voetballen. Mocht men ooit besluiten om enkel nog in interprovinciale of nationale jeugdteams te investeren, dan ben ik meteen weg. Op dat niveau wordt steen en been geklaagd door ouders die denken dat hun kinderen de nieuwe Messi zal worden. Dat gebeurt veel minder in de gewestelijke reeksen. Ik noem het nog steeds mijn leukste verwezenlijking: ik heb ooit de ‘knapen C’ getraind! Die jongens konden werkelijk niet voetballen en verloren wekelijks met twintig doelpunten verschil. De trainer gooide na twee maanden al de handdoek in de ring. De spelers zaten in zak en as want competitieforfait dreigde. Ik besloot om het over te nemen want ik wilde dat ze het seizoen zouden vervolmaken. Dat dateert van tien jaar geleden maar ik krijg nog altijd berichtjes op mijn verjaardag van hen. Ik hou hier echt een goed gevoel aan over want ik heb die jongens op een levenspad gestuurd. Ik gaf hen zelfvertrouwen en dat was voor hen een leerproces. Ik deed het voor de vriendschap en om banden te smeden. En daar ben ik in geslaagd. Op het einde van het seizoen kwamen ze me bedanken en tien jaar later zijn ze het dus nog steeds niet vergeten.
Toen ik hier in het begin mijn taak opnam, werd ik met een schrijnend beeld geconfronteerd. Ik zag dat een kind zich bediende van een keukenhanddoek om zich af te drogen. De andere kinderen lachten hem uit. Hij begon te wenen en riep dat hij er niets kon aan doen want dat zijn vader in den bak zat. Toen schrok ik wakker van de triestige toestanden die we hier rondom ons kunnen zien. Dat wilde ik nooit meer beleven. Ik koos resoluut voor de uitbouw van het sociale karakter van onze club.’
Morgen leest u op deze
www.dewitteduivel.com het tweede deel van het gesprek met Linda Rusbach, verenigingsmanager van City Pirates.

Deel 2: Verhaal van Linda Rusbach

Op stap met Linda Rusbach, verenigingsmanager van City Pirates


Linda Rusbach (1961) ontvangt me op haar 57 ste verjaardag in de kantoren van het Jef Mermans Stadion in Merksem. Als verenigingsmanager van City Pirates is zij het sociale gezicht van de club. Hààr club. Als ‘geboren en getogen Merksemnaar’ zag ze die transformeren van een sterke tweedeklasser (Olse) in de jaren zeventig naar een hulpeloze derdeprovincialer (SC Merksem) rond de eeuwwisseling. En vervolgens ontpoppen tot de stabiele City Pirates vandaag. Daar zette zij mee haar schouder onder. Haar levensmotto: ‘Elk kind, ongeacht kleur of afkomst, moet bij ons kunnen voetballen.’

Door Raf Willems

Ik sta er voor onze mensen als er problemen zijn


Linda bouwde haar werkterrein zeer concreet uit: van administratieve opvolging tot menselijke begeleiding. Wie zich inschrijft in de club, komt meteen met haar in contact. Zo ontstaat er een band.
‘Mijn werkterrein? Ik help onmiddellijk de administratieve rompslomp regelen zodat mensen bijvoorbeeld kunnen aansluiten bij de organisatie Moeders voor Moeders. Ik sta hen bij als de nutsvoorzieningen dienen geregeld te worden. Ik ontwierp ook een systeem om het lidgeld te laten afbetalen. Dat bedraagt in Merksem 350 euro per jaar: 230 euro plus 120 euro voor het kledingpakket. Er zijn vanzelfsprekend mensen die dat niet kunnen betalen. Die laat ik dan in ruil vrijwilligerswerk opknappen: helpen bij stages, toernooien, feestjes. Dat weten ze en dat doen ze dan ook. Het is niet dat ze hier voor verrassingen komen te staan. Anderen geef ik een betaalafspraak maar soms halen ze de datum niet. Dan weet ik dat het geld op is. Ik bel hen dan, soms tot tien keer toe. Of ik zoek hen op en dan vraag ik hen of ik met hen mag praten. Dan valt je mond soms open van de persoonlijke problematiek.’


Ik ben bedroefd als ik het armoedepatroon in Merksem-Deurne Noord-Borgerhout zie


Het blijft zelfs voor haar een harde vaststelling: de armoede in een stad als Antwerpen. Terwijl we ons toch in het jaar 2018 bevinden:
‘Schuldbemiddeling, deurwaarder, alcoholisme, slechte huisvesting. Met zes kinderen op twee slaapkamers is geen uitzondering. Dàt is het armoedepatroon in Merksem-Deurne Noord – Borgerhout. Ik vertel je zelfs meer: op armoede staat geen kleur, geen leeftijd, geen geslacht. Ik vind het dramatisch voor kinderen die in zo’n gezin moeten opgroeien. Nog veel erger is dat ze later in hetzelfde patroon hervallen. Het is niet simpel om uit deze situatie te geraken. Dan wordt het moeilijk als ouders zich afzetten tegen mijn hulp.’


Ik krijg soms te horen: ‘Moei-du-ni!’


Ondanks alle goede bedoelingen krijgt Linda in haar werk soms ook het deksel op de neus:
‘Sommigen zeggen het me zelfs vlakaf: moei-du-ni! Die ouders denken dat hun kinderen profvoetballer kunnen worden en ze willen niet dat ik me over de schoolresultaten buig als die te wensen overlaten. Dan antwoorden ze me: bij-aa-komt-em-oem-te-sjotten. Dat word ik toch wel even opstandig. En dan geven ze ook commentaar op de school maar als ik dan ga praten met de onderwijzers dan blijkt dat deze ouders vaak niet willen deelnemen aan het traject dat de school voor hun kind heeft uitgestippeld. Op een bepaald moment sta ik zelfs machteloos en moet je besluiten: “Hier stopt het.” En dan stap ik noodgedwongen naar de volgende familie in de hoop dat die wel open staat voor mijn hulp.’

Ik ontwierp het Piratenreglement om ouders aan te zetten tot meer betrokkenheid


De betrokkenheid van ouders bij hun voetballende kinderen: het blijft een pijnpunt. Linda bedacht een leuk idee: het Piratenreglement. Maar het viel niet altijd in goede aarde: ‘Ik vind de betrokkenheid van ouders vaak een drama. Ik liet hen ons Piratenreglement ondertekenen. Daarin staat dat ouders aan bepaalde activiteiten moeten participeren. Het hielp niet. Op zo’n moment zoek ik hen op voor een gesprek maar sommigen sturen steeds hun kat. De mentaliteit van sommige ouders zit echt verkeerd. Het gaat echt niet altijd om gebrek aan geld. Ik zie sommigen bij uitwedstrijden in hun auto blijven zitten van zodra ze een inkomticket moeten betalen. Daar heb ik het echt moeilijk mee. Als ik kinderen van elf jaar op hun skateboard over de Bredabaan zie scheuren omdat ze niet door hun ouders naar het stadion worden gebracht, dan stuit me dat tegen de borst. Als ik dat aankaart bij deze ouders, krijg ik vaak het deksel op mijn neus. Dat kan ik echt niet hebben.’


Ik verdedig altijd het kind, ook tegen andere ouders en zelfs trainers in


Voor Linda staat het kind centraal in de voetbalclub die City Pirates heet. Daar waakt ze over en indien nodig heeft ze daar al eens een stevig meningsverschil voor over: ‘Weet je dat kinderen hier soms komen voetballen zonder dat ze thuis hebben gegeten? Ik bezorg hen dan een boterham. Dan krijg ik soms opmerking van andere ouders: “Bij mijn kind doe je dat toch niet?” Dan dreigt de moedeloosheid maar ik maak van mijn hart een steen en verdedig altijd de belangen van het kind. Dat betekent voor mij niet: laissez-faire. Integendeel! Ik wil hier duidelijke lijnen trekken voor deze kinderen. Zodat ze weten wat mag en wat niet. Ik zie hoe kinderen in de buurt niet goed worden begeleid door hun ouders. Ze nemen vaak hun verkeerde gedragingen over. Vanuit City Pirates bieden we hen structuur. Tot mijn spijt stel ik vast dat jongeren uit gebroken gezinnen in dezelfde slechte patronen hervallen als die van hun ouders. Dat vind ik zo pijnlijk. Een kind heeft orde en structuur nodig en moet van mij ook drie keer per dag kunnen eten.’

Ik krijg tranen in de ogen als ik kinderen zie rondlopen in onze Piratenjas


Voor Linda betekenen de City Pirates een levensgevoel, een keuze voor bepaalde principes die ze steeds zal blijven verdedigen: ‘De naam City Pirates krijgt vaak kritiek. Zelfs van spelers van het eerste elftal. Er heerst daar tegenwoordig toch een andere mentaliteit. De band is minder hecht geworden dan vroeger. Dat zie ik aan de medewerking aan ‘Linda Boys’. Ik gaf mijn naam aan het evenement van onze ex-spelers. Ze zakken elk jaar af naar het Jef Mermansstadion op 30 april voor een wedstrijd. Dat is één van de leukste dagen van het jaar, maar ik proef bij de huidige generatie wat minder enthousiasme.
Ik geef toe dat de naam City Pirates bij mij destijds ook op de lachspieren werkte toen Michel Pradolini ermee voor de pinnen kwam maar vandaag sta ik er volledig achter. Het is de identiteit van onze club geworden. Ik vereenzelvig me er volledig me. Ik doe het voor onze kindjes. Dat geeft mij veel energie. Als ik over enkele jaren met pensioen ga, dan moeten ze hier maar iets ineen flansen en dan zal ik de kinderopvang wel regelen. Er staan momenteel veel kinderen op de wachtlijst en dat doet me pijn. Wegens gebrek aan infrastructuur en omkadering zullen we dat nooit kunnen oplossen. Toch blijf ik opkomen voor het feit dat ook arme kinderen bij ons moeten kunnen trainen met de recreatieve afdeling. Ik geniet van hun geluk als ze op gewestelijk niveau hun kans krijgen. Onze visie blijft: voor, van en met de jeugd. Ik kan tranen in mijn ogen krijgen als kinderen me groeten op school of in onze straat. Of als ik ze zie rondlopen in onze piratenjas. Dan weet ik dat we goed bezig zijn. Want ik herhaal: “Elk kind, ongeacht afkomst of leeftijd, moet bij ons kunnen voetballen.” Daar doe ik het voor.’
Een uitgangspunt dat alvast de moeite meer dan waard is. De vraag luidt: hoe kan dit blijvend worden gerealiseerd?

Mohamed Barrie

City Pirates Antwerpen

Deel 1: Verhaal van Mohamed Barrie

Op stap met Mohamed, de coach van het meisjesteam City Pirates Luchtbal


Mohamed Barrie (1994) werd geboren in Sierra Leone. In de omgeving van Kone, het centrum van de diamantmijnen in het oosten van het land. Zijn ouders vluchtten naar België maar hij bleef met zijn zusjes achter bij zijn oma.
Later mocht hij ook de overtocht maken. Hij studeert voor maatschappelijk werker en begeleidt sinds enkele jaren het meisjesteam van City Pirates op Luchtbal.

Door Raf Willems

Ik zie dit als de essentie van het leven: doe het samen!


‘Ondanks die burgeroorlog leefden we toch vooral in geborgenheid. In een groot huis van oma, met andere familieleden en kennissen. We moesten bij elke opflakkering van het geweld wel op de vlucht. We probeerden weg te trekken van het front. Toch bewaar ik geen beeld van angst maar kan ik integendeel terugblikken op een gelukkige kindertijd. De oorlog leek altijd een eind weg maar je voelde dat er soms rebellen in de stad verbleven en je zag dat er soms straten werden gebombardeerd. Daar stelde ik mij als kind weinig vragen bij. Ik was bezig met het leven van dag tot dag. Toen de oorlog toch te dichtbij kwam, vluchtten we noodgedwongen naar buurland Guinea. Daar kon ik drie jaar geen school volgen en miste ik de leerjaren van een tot vier. Na afloop van de oorlog pikte ik de draad op als negenjarige in het tweede leerjaar. Drie jaar later verhuisde ik naar België. Intussen was ik de veranderingen al gewoon geraakt. Ik kan heel erg houden van een stad maar kan zonder problemen een maand of een jaar elders zitten. Ik maak het snel thuis voor mezelf en zoek mensen en plekken waar ik me goed bij voel. Dat thuisgevoel omhelst voor mij een gedeelde passie en interesse met mensen. Ik kan vrij gemakkelijk op mezelf zijn maar doe toch de dingen het liefst met andere mensen. Dat is voor mij de essentie van het leven: doe het samen, dan ben je veel sterker dan alleen.’


Ik zie de vaderfiguur als iemand die zijn kinderen steunt bij het verwezenlijken van hun dromen


Mohamed belandde dus op zijn twaalfde levensjaar in België. Maar hij voelde zich op dat moment geen kind meer. Hij wist wat oorlog betekende en hij had zijn oma ernstig ziek zien worden. Bovendien had hij gedurende vier jaar zijn vader niet gezien. Dat maakt een jongen van die leeftijd snel volwassen. Mohamed filosofeert terugblikkend op die tijd graag over de relatie tussen vader en zoon: ‘Ik was dus een heel zelfstandige jongen geworden en ik moest gewoon terug kind leren zijn: luisteren, grenzen kennen, andere verantwoordelijkheden opnemen. Mijn ouders gaven me toch een typische Afrikaanse opvoeding: met respect voor de ouderen. Ik nam mijn verantwoordelijkheid op. Ik puberde zeker al eens, maar ik kan er toch geen boek over schrijven. De zaken waarover ik met mijn ouders overhoop lag, daar zouden andere jongeren vandaag hun schouders voor ophalen. Ik hechtte mij aanvankelijk aan mijn vader maar dan dien je als jongeman zelf het leven te zoeken. Even loslaten en vervolgens terug de band herstellen. Als ik het nodig had, dan trad hij op met gezag. Ik zie de vaderfiguur als iemand die zijn kinderen steunt bij het verwezenlijken van wat zij willen. Iemand die mij levenslessen geeft waar ik het nodig heb. Hij heeft een strijd gevoerd in zijn leven om zijn kinderen groot te brengen, te respecteren en hen hun leven te laten leiden. Mijn vader – net als mijn moeder – wilde dat ik mijn onderwijs ter harte nam. Dat werd op de eerste plaats gezet en ik kreeg alle steun daarvoor nodig. Verder voerde ik alle mogelijke gesprekken met hem: van banaal tot ernstig. Wie dat als vader kan geven aan zijn kind, heeft het goed gedaan.’


Ik blijf die African Way of Life een rijkdom vinden


De African Way of Life zit bij Mohamed in de genen. Hij vindt het jammer dat dit in België te weinig wordt omarmd en hij wenst iedereen een scheut van dit levenselixir toe: ‘Ik blijf die African Way of Life een rijkdom vinden die hier in België niet bestaat. Ik zat destijds in Sierra Leone in een zeer geborgen situatie: huiswerk maken en ’s avonds zich met twintig andere kinderen amuseren. Hier in België zit je thuis tussen drie kinderen. In Afrika werd ik voortdurend geprikkeld met vertellingen. Zelfs al was er televisie, die stond enkel op straffe momenten aan: bij de finale van de Champions League of bij wedstrijden van de nationale ploeg. Dan gingen we met z’n allen bij iemand thuis kijken. Voor het overige werd de televisie amper gebruikt. Veel belangrijker was het samen zitten met mensen en dan werd er geluisterd naar de verhalen die ouderen vertelden. Op die wijze gaf men de tradities en de geschiedenis mee. In België is het levensritme toch anders. De balans tussen werk en familie kan het soms verhinderen om het goede Afrikaanse leven te vinden.’

Ik ben gepassioneerd door Afrikaanse geschiedenis, sport en emancipatie


Mohamed ontwikkelt graag een brede kijk op het leven. Het lezen boeit hem zeer. In de bibliotheek sloeg de intellectuele vonk over. Die wil hij combineren met het nastreven van sociale verandering in de dagelijkse praktijk: ‘Ik volg momenteel de opleiding maatschappelijk werk, master aan de Universiteit van Antwerpen. Voordien deed ik mijn bachelor aan de Karel de Grote Hogeschool. Ik werd daar gevormd tot maatschappelijk werker. Maar eigenlijk werk en bevind ik me steeds tussen maatschappelijk en sociaal cultureel werk. Ik wou een hele brede vorming want ik wil mezelf zo goed mogelijk leren kennen. Tegelijk heb ik het gevoel dat het traditionele woord “hulpverlening” vast zit in het paradigma van “mensen helpen”: ik wil projecten opzetten en mensen ondersteunen vanuit “emancipatie”. Dat is breder dan directe noodoplossing. Ik wil mensen perspectief bieden in hun leven. Mijn passies zijn: Afrikaanse geschiedenis, sport en emancipatie. Als kind ben ik in de bibliotheek gesukkeld. Ik heb niet echt grote helden. Die kunnen me wel inspiratie bezorgen maar tegelijk vind ik het gevaarlijk om er een idool van te maken want het zijn ook maar mensen met hun kleine kantjes. Veel liever hou ik me bezig met begeleiden van jongeren in een groepsproces om hen zo inzichten te bezorgen waardoor ze het leven beter kunnen verwerken.”

Hoe hij in de stad Antwerpen een goudmijn ziet die te weinig ontgonnen wordt en hoe hij pleit voor gelijkwaardigheid van het vrouwenvoetbal leest u morgen in aflevering 2 van het gesprek met Mohamed, de coach van het meisjesteam van City Pirates Luchtbal.

 

Deel 2: Verhaal van Mohamed Barrie

Op stap met Mohamed, de coach van het meisjesteam City Pirates Luchtbal


Mohamed Barrie (1991) werd geboren in Sierra Leone. In de omgeving van Kone, het centrum van de diamantmijnen in het oosten van het land. Zijn ouders vluchtten naar België maar hij bleef met zijn zusjes achter bij zijn oma.
Later mocht hij ook de overtocht maken. Hij studeert voor maatschappelijk werker en begeleidt sinds enkele jaren het meisjesteam van City Pirates op Luchtbal.

Door Raf Willems

Ik zie in Antwerpen een goudmijn die te weinig wordt ontgonnen


‘In Antwerpen hebben we een goudmijn in handen. De wereld zit hier bij elkaar. Er zijn veel mogelijkheden, er is veel talent. Ik zie helaas vooral gebreken om die talenten een gevoel te geven dat ze effectief aan de slag kunnen. Ik vertaal dat vanuit mijn verleden. Ik zie dat als een ongepolijste diamant. Ik ben zelf een persoon die heel veel dingen moet leren en bewerkstelligen voor mezelf en ik denk dat de stad zich in hetzelfde proces bevindt. We staan op een kantelpunt: je hebt een generatie die heel veel doet en je hebt structuren die heel lang zogenaamde
‘woordvoerder’ zijn geweest. Vandaag kloppen jongeren aan de deur om hun positie op te eisen. Hoe reageert de oude generatie op die nieuwe stemmen? Hoe geeft men hen een plek aan tafel? Hoe laat men hen mee beslissen? Ik ben als persoon maar een voetnoot maar ik doe veel basiswerk. Ik zie jongeren uit Borgerhout die wereldkampioen zijn in hun disciplines, je hebt profesoren, wetenschappers, ondernemers, community builders, cultuur en kunstbeesten, naast de sporters, hip hopers, urbangang en chillers. In het buitenland is de waardering groter voor Antwerpse jongeren dan in Antwerpen zelf. Dat zou toch even anders mogen.’


Ik ondersteunde de ‘shoot for dreams’-actie: dromen van meisjesvoetbal


Mohamed begeleidt in zijn vrije tijd het U16 City Pirates meisjesteam van Luchtbal. Die interesse ontstond nadat hij vroeger op de Antwerpse pleintjes vaak tegen bijzonder getalenteerde meisjes voetbalde. ‘Die meisjes waartegen ik speelde, zag je op een bepaald moment allemaal uit het voetbal verdwijnen. Ik stelde me de vraag waar ze naartoe gingen. En wat een zonde van hun talent! Ik probeerde die vraag te combineren met de rol van de vrouw in de maatschappij. En zo kwamen we tot het project: Shoot For Dreams. Een emancipatorisch Europees uitwisselingsverhaal. Via buurtsport kwam ik in contact met City Pirates en zij ondersteunden mij in dit project. Samen met onze coördinator Oscar Coppieters schreven we vanuit een gedeelde visie ons dossier met Duitse en Portugese partners.
Vandaag tellen we drie meisjeselftallen op Luchtbal en Merksem tussen U11, U16 en de dames. Met een aantal van de meisjes vanuit Shoot For Dreams als speelsters en of als coaches bij de jongere meisjes. Ons team is een mix van meisjes uit verscheidende sociale klassen. Van precaire situaties tot welgestelden. Maar hun liefde voor voetbal is aanstekelijk, zo heb ik er die vanuit Lokeren of Kieldrecht komen, omdat ze zich bij ons thuis voelen. Het draait hier om meer dan alleen tegen een balletje te shotten.


Ik vecht tegen de blijvende verwaarlozing van meisjes in de sport


Van een leien dakje liep de verwezenlijking van die droom niet. Mohamed botst op verschillende obstakels. Het harde feit blijft hardnekkig overeind: de verwaarlozing van meisjes in de sport. Hij laat niet na die aan te klagen: ‘We wonnen onlangs een toernooi in de omgeving van Antwerpen. Men kan zich niet voorstellen hoe slecht de omstandigheden waren. We speelden op een zandveld terwijl de jongens op een mooi grasveld mochten voetballen. Dan stel ik me hardop de vraag: “Tellen wij eigenlijk ook mee?” Ik laat onze ploeg spelen volgens het stramien van Jürgen Klopp: aanvallend en met spelplezier. Bruisend van energie. De dag dat je geen plezier meer beleeft aan voetbal, moet je stoppen. Er is heel veel enthousiasme op training en er wordt veel gelachen. Maar tegelijk zijn we zeer gedreven en ernstig bezig met onze sport en schuwen we geen enkele inspanning.
Er is zeker een mentaliteitswijziging gaande maar het erkennen van meisjesvoetbal blijft toch een werk van lange adem. Onze ploeg straalt alles uit waar Antwerpen rijk aan is. En toch kreeg ik recent een scheidsrechterlijk verslag aan mijn broek omdat ik mijn team verdedigde tegen racistische pesterijen van ouders langs de zijlijn. De meisjes merken dat ik veel minder respect krijg van scheidsrechters dan andere coaches. Ik word vaak genegeerd in mijn hoedanigheid als coach. Ik moet dan zwijgen of krijg een scheidsrechterlijk verslag aan mijn been. Men heeft nog steeds een probleem met mensen in gezagsposities die niet ‘wit’ van huidskleur zijn. De meisjes merken dit vaak op en vragen me dan wat er aan de hand is.
Ik denk hoe lager de reeksen, hoe minder controle je hebt. En dan is het mijn woord tegen jouw woord. Wie gaat mij op het einde van de dag geloven tegen zestien witte ouders? Ik stel het zeer duidelijk: het meisjesvoetbal moet worden erkend als een volwaardige sport en wij moeten de voorzieningen krijgen die we nodig hebben. Wij weerspiegelen het moderne Antwerpen.’

Ik zie veel meisjes dankzij het voetbal groeien als mens


Ondanks de tegenkantingen blijft Mohamed de evolutie met optimisme bekijken. Hij gelooft in de voordelen die het voetbal aan de persoonlijke ontwikkeling van de meisjes biedt.
‘Ik zie veel meisjes groeien als mens. Terwijl ze op school vaak worden ervaren als lastige leerlingen, gedragen ze zich bij mij net het tegenovergesteld. Ik probeer het te zeggen zoals het is. Ik stuurde na ons gewonnen toernooi een bericht naar ouders en instanties waar de meisjes mee te maken hadden in hun dagelijks leven. In de stijl van: “Meisje X heeft het gisteren schitterend gedaan en ik ben heel blij dat ze in mijn ploeg zit. Misschien is ze een lastige leerlinge in de klas maar op het voetbalveld toont ze zich als een geweldige meid.” Er bestaat nog altijd een mannelijke vooroordeel over meisjes. Ze horen nog steeds niet te voetballen volgens verschillende ouders. En die vooroordelen komen uit alle mogelijke hoeken van de samenleving. De veertien meisjes in mijn ploeg hebben verschillende achtergronden maar ze zijn wel met dezelfde dingen bezig: ze maken ruzie over puberale dingen en ze praten over mobiliteit, jong kunnen zijn, discriminatie of de nieuwste dansfenomenen. Zaken waar ze elke dag mee worden geconfronteerd. Dat leeft in onze ploeg. Naast alle gekke gesprekken over sociale trends, over de kleinste zaken van het “mens zijn”.
We hebben nood aan een goede infrastructuur zodat er plaats is voor een meisjesploeg op Luchtbal, maar ook in de rest van Antwerpen. Soms ontbreken bij ons de helft van de ballen. Waar zijn die naartoe? Ik wil eindelijk een veilige ruimt voor de meisjes dat het duidelijk is: “Dit is van de meisjes. Hier ligt ons materiaal.” Ik werk daar stapsgewijs naartoe zonder het van de daken te schreeuwen. Ik zeg zelden luidop wat ik echt wens maar ik ga niet opzij. Dat heb ik ook van mijn Afrikaanse opvoeding: communiceer je ideeën duidelijk maar doe er tegelijk alles aan. En het is dus mijn droom dat onze meisjes op een fatsoenlijke wijze kunnen voetballen in deze stad. Antwerpen is immers een goudmijn. Laten we die ontginnen op een waardige wijze.”
Antwerpen is een goudmijn, laten wie die ontginnen op een waardige wijze.
Zo had ik het nog niet echt bekeken maar ik ben er rotsvast van overtuigd dat Mohamed gelijk heeft. Ik ben het ook eens met zijn vaststelling over de ‘blijvende verwaarlozing van meisjes in de sport’. En hij krijgt volledig mijn steun in de tocht naar het realiseren van zijn droom.

Volgende Wedstrijd

City Pirates

Speeldag 17

Speeldag 17

Diegem Sport VS City Pirates Zaterdag 29 Januari om 15:00u te Gemeent, Sportstadion/Terrein 1

Onze Trotse Partners

0

Aantal leden

0

Aantal vrijwilligers

0

Wachtlijst

0

Jeugdactiviteiten 2021

2021 City Pirates

Privacy Policy

Digitale samenwerking met 

SA-design

error: Content is protected !!

Laatste Nieuwtjes

Volgende Wedstrijd

City Pirates

Speeldag 17

Speeldag 17

Diegem Sport VS City Pirates Zaterdag 29 Januari om 15:00u te Gemeent, Sportstadion/Terrein 1

Hou dit in de gaten

We kregen nog positief nieuws in deze eindejaarsperiode! De City Pirates Foundation werd erkend! We …

Club NXT versterkt partnership met City Pirates Al vier seizoenen lang organiseert Club NXT trainingssessies en talentdagen op …

Op zondag 16 januari zijn wij met een aantal piraten van Merksem naar het Fort …

Na een langere winterstop dan normaal wegens Corona nemen onze Pirates het komende zaterdag op …

Klassement eerste ploeg

#PloegMPTN
1Hoogstraten VV1638
2K Lyra-Lierse Berlaar1533
3S.C. Eendracht Aalst1630
4BELISIA BILZEN SV A1628
5K Londerzeel SK A1628
6K. BOCHOLTER V.V. A1623
7R. Cappellen F.C.1523
8SP. HASSELT A1621
9SC City Pirates Antwerpen A1620
10K Diegem Sport1620
11K Olympia SC Wijgmaal A1619
12K. BERCHEM SPORT 2004 A1617
13KSK TONGEREN A1617
14RC HADES KIEWIT HASSELT A1617
15S.K. PEPINGEN-HALLE A1611
16K.V.C. Houtvenne169

onze partners